Pagina's

donderdag 19 maart 2009

B(R)EETJE DRUK

Al een paar keer voor niks hierheen gesurfd?
Klopt!
Dat komt, ik heb steeds maar geen tijd. Ben in een paar boeken gedoken (om te lezen)en met een paar bedoel ik dan meteen een stuk of zeven, of meer. Drie op een dag is niks. Dat zijn dan wel kinderboeken, maar ook heus gewoon volwassen literatuur. Die van dat eenzame priemgetal, die lees ik nu. Heb het lekkerst voor het laatst bewaard, zeg maar. Het is een boek van Giordano, en buiten dat het een geweldig lekker ding is, kan die man nog prachtig schrijven ook. Fantastisch hoe hij me zijn verhaal in weet te trekken. Hij doet ook iets raars met de leestekens, zet zinnen niet tussen aanhalingstekens bijvoorbeeld.
Behalve lezen doe ik nog heel veel meer. Zo ben ik in blinde onwetendheid begonnen met het afbikken van de betonnen tuintafel met de bedoeling er iets geheel nieuws op te mozaieken. Gekkenwerk! Keizwaar en behoorlijk tijdrovend. En de tuin, die neem ik ook onderhanden. Stukje voor stukje ga ik de pluimen te lijf en kortwiek ik de uit de kluiten gegroeide planten en struiken. Gekkenwerk om dat in mijn eentje te doen, dus af en toe pak ik een kind bij zijn of haar lurven en dwing ik die me te helpen. Nú of anders geen eten, dreig ik dan.
En verder werk ik aan een kinderboek voor kinderen die moeite hebben met lezen. Dat is alweer bijna klaar, althans, het einde komt in zicht.
En daaromheen ben ik 24 uur per dag telefonisch én praktisch bereikbaar voor baby's die op het punt staan geboren te worden en gestrande bruinvissen. Dat lijkt misschien een aparte combinatie, en dat is het eigenlijk ook wel. Die baby's doe ik omdat ik ga kijken of het misschien iets voor me is om als partusassistente te werken en die bruinvissen hebben alles te maken met mijn volgende te schrijven kinderboek. Dusss, Breet verveelt zich niet. Haar hele agenda staat vol met allerhande afspraken en to-do-lijstjes, en verder doet ze spastisch met haar mobiel. Zelfs als ze op de wc zit, neemt ze 'm mee. Die Breet, die doet dus druk. Dat u dat maar even weet.

donderdag 12 maart 2009

ZIN OM TE LEZEN

Zojuist aangeschaft: de eenzaamheid van de priemgetallen, door Paolo Giordano. En het boekenweekgeschenk gekregen natuurlijk. 't Zal mij benieuwen.
Erg veel zin om er in te beginnen, maar eerst nog werken. Lessen voorbereiden, huiswerk nakijken, misschien zelf nog wat schrijven als er tijd over is.
En o wat heb ik zin in lekker weer...

woensdag 11 maart 2009

SPOOKS



Bijna middernacht.
Spoken vliegen door mijn hoofd in plaats van door de kamer. Niet als witte schimmen, maar als duizenden gedachten: die nog een kaartje sturen, dat nog doen, niet vergeten te bellen om dat ene te regelen, wat te doen met de lente, wat moet ik morgen eten, welke muziek zal ik luisteren, zal ik kunnen slapen, hoe oud word ik, blijven de kinderen en vriendlief gezond, hoe lang duurt geluk, wat is de kleur van overgave, waar gaan we heen met vakantie, waar gaat mijn volgende boek over, zal ik nog wat drinken, doe ik er goed aan om de zorg weer in te gaan, loop ik ergens voor weg of ga ik juist iets aan, ben ik wel lief genoeg, doe ik het wel goed, wie is er allemaal nog over als ik doodga, waarom denk
ik dat ik 86 word, ga ik ooit nog vis eten, durf ik insecten te proeven, wat te doen met de schutting, krijg ik die betonnen tafel ooit nog egaal, is mijn telefoon opgeladen...
Spoken, zo noem ik ze.
Omdat ze niet te vatten zijn.
Ze glippen me door de vingers, net als de tijd.
Waarom is er geen horloge dat de tijd vangt in plaats van hem verder te laten gaan.
Is er iemand die een goed boek voor me heeft?
Ik wil slapen, en ik kan pas slapen als ik een goed boek heb. Niets zo lekker als in mijn bedje liggen met een goed boek en lezen tot mijn leden erbij neervallen. Ik heb dringend behoefte aan literatuur. Het is boekenweek, misschien morgen maar naar de winkel, dan heb ik er twee voor de prijs van één...

maandag 9 maart 2009

TULP



Lente in een vaasje
groene steel en rode knop
voeten in het water
op weg naar hogerop.

EPILEPSIELICHT

Ik heb een flikkerlicht in de gang
Knipper aan
knipper uit
knipper zus
knipper zo.
Elke seconde flikkert ie.
Nog even
dan
flikker ik 'm van het plafond af,
met een schaar
of met een stok
of ik ga heel hard bidden
dat ie alstu-alstublieft kapot mag gaan
liever nu dan morgen.
Stom
dom
irri irri
epilepsielicht!

OP DE TOP

Boven op de toppen
van de golven
kwam ik
en zag ik
jou
en meeuwen
en brood
en toen zei een stem
door een grote toeter
dat de meeuwen niet gevoerd mochten worden.
Boeien, dacht ik.

maandag 2 maart 2009

NIET ZO'N MOOIE MARGRIET

In het muZIEum in Nijmegen...

En toen was het donker.
Pikkedonker.
Mijn hart ging als een idioot tekeer, ik moest echt mijn best doen niet in paniek te raken. Kom op Margriet, dacht ik, het is maar voor een uurtje, straks kun je alles weer zien, straks is er weer licht. Ik stond met mijn rug tegen een muur in een studeerkamer en durfde me nauwelijks te verroeren. De rest van het gezin stond naast me, althans, dat werd gezegd en dat kon ik ook wel horen.
'Ik vind dit doodeng,' prevelde dochterlief.
'Ik ook,' zei ik, bijna jankend.
Onze leidster stelde zichzelf voor. 'Kom nu allemaal naar mijn stem,' zei ze. Het klonk als een bevel en ik wilde niets liever dan die stem onmiddellijk vinden. Op de tast, met een blindegeleide stok voor me uit tikkend, schuifelde ik voetje voor voetje vooruit. Dwars door de diepste duisternis ooit. Mijn God, ik heb het nog nooit zo donker gezien. Zwart was echt zwart, ik wist niet of ik mijn ogen open moest houden of niet. Openhouden had geen zin, maar dichthouden ook niet. Niets had zin volgens mij, niets behalve doorgaan met ademhalen. Volkomen gedesorienteerd zocht ik onze leidster. Ik vond haar en was als een kind zo blij dat ze mijn hand pakte. Warme, zachte handen had ze, handen die me zekerheid geven in die vreemde, angstaaanjagend donkere wereld. Contact!
Ze leidde ons rond, nam ons mee naar buiten, naar de markt, liet ons oversteken op een drukke weg en liet ons ons eigen drinken betalen in een café.
De duisternis wende niet, maar onze leidster wel.
Ze was fijn, mooi en zeker, ze was geweldig, ik had voor geen goud een ander willen hebben.
Na een uur was het klaar.
Toen was er eindelijk licht.
En toen zag ik haar. Onze blinde leidster met de zachte, warme handen. Het was een moment om nooit te vergeten. Beschamend en confronterend. Ik, die altijd pretendeer geen vooroordeel te hebben, ik, die zeg dat het me altijd om het innerlijk gaat, ik zag haar en ik schrok. Ik schrok van hoe ze er uit zag. Ze was kleiner dan gedacht, ze was zo anders dan ik me had voorgesteld. Ze viel me, eerlijk gezegd, nogal tegen. Daar schrok ik van. Daar schrok ik ongelooflijk van. Ik werd boos op mezelf, moest hard aan het werk om beeld en gevoel weer bij elkaar te krijgen.
Wat vreselijk, dacht ik, wat is dit vreselijk. Ik wou dat ik haar nooit met mijn ogen gezien had, want in mijn duisternis, in mijn hart, was ze zo mooi, zo stoer, zo fantastisch, terwijl ik haar nu zag als iemand die raar deed met haar ogen en zelfs een beetje eng was. Toen ze zich omdraaide en weer verdween in die donkere wereld keek ik haar na en vond ik mezelf behoorlijk gehandicapt. Ik was ziende blind verdorie!


MuZIEum in Nijmegen: klik hier