Pagina's

zondag 7 oktober 2012

in de weg zitten

Zaterdagmiddag zat ik in theater de Vest in Alkmaar om naar 'Joe, de musical' te kijken, uitgevoerd door theatergroep Horizon. Ik wist niet wat me te wachten stond en kende het verhaal niet, dus ik ging er blanco in. Ik zat heerlijk achterin, hoog, iets links van het midden, had niemand voor en naast me. Ik had mijn laarsjes uitgeschopt en hing ongegeneerd onderuit. Ik zat daar als een koningin, zo zalig.
Direct na de eerste 5 minuten dacht ik: o ja, ik weet alweer waarom ik niet van musical hou. Ik vind het altijd zo suf klinken om alles te zingen, ook de gewone zinnen, maar okee, eerlijk is eerlijk, de zang was goed en de regie ook. Alles liep perfect in elkaar over, het decor was prachtig en toen opeens de hemel verscheen met een prachtige vrouw in een witte mantel op een grote witte trap, was ik om. Báts, ik zat middenin het verhaal, alsof ik in een levensechte droom was beland.
Toen klonk het lied 'inspiratie', ooit gezongen door Mathilde Santing. M'n eerste traan verscheen aarzelend, gevolgd door vele, vele anderen, want o, o, o, wat zat Margrietje in het verhaal.
Ik weet niet wat dat is met mij hoor, maar ik kan me dus helemaal verliezen in zoiets. Op het moment dat een verhaal mij naar binnen trekt, houdt de rest van de wereld op met bestaan.
Er is alleen nog maar dat verhaal, dat personage. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk het mijne.
Dat was vroeger al zo en het is nog steeds niet anders. Zo mocht ik toen ik klein was, van mijn moeder bijvoorbeeld nooit naar 'het kleine huis op de prairie' kijken, omdat ik daar altijd zo over de zeik van raakte. Ontroostbaar scheen ik ervan te worden. Huilen, slecht slapen, dromen, dat soort dingen. Ik vond dat natuurlijk belachelijk, want ik zag niet zo goed in wat er nou zo erg was aan al dat meegebeleef.
Goed.
Ik ben nu groot en mag zelf weten wat ik doe, dus ik laat me weer verliezen in verhalen en ik vind dat heerlijk, ook al zijn ze zielig en moet ik huilen.
Wat nog wel steeds heel moeilijk voor me is, is om er weer 'uit' te komen. Zo'n verhaal, film, toneelstuk of boek kan bijvoorbeeld nog dagen met me meelopen, en de ene keer is dat prima, maar er zijn ook momenten dat het me niet zo goed uitkomt. Dan heeft het verhaal me overvallen en bij de strot gegrepen, iets aangeraakt wat ik verborgen had of iets losgepeuterd wat vast zat. Dan blijft het bij me hangen als ballast en blaast het een mist over de realiteit.
Hoe ik dat wegkrijg?
Tja...dan moet er gewerkt worden. Hard!
Dan moeten de mouwen worden opgestroopt, varkens gewassen worden en koeien uit de sloot worden gesleept. En dat komt niet altijd gelegen, zal ik maar zeggen, nee, niks niet, dat komt zeker niet altijd gelegen.
Zoals nu bijvoorbeeld.
Ik zit nog met dat verhaal, met die Joe en die hemel en liefde en loslaten en zo, maar moet er morgen zelf ook weer één zien te maken voor anderen. Vijf keer maar liefst, vijf keer wil ik het voor elkaar zien te krijgen dat de wereld alleen even bestaat uit dat wat in het theater gebeurt. Even lekker weg met z'n allen, even dromen, even iets anders dan anders.
Ik hoop dat het ene verhaal het andere niet in de weg gaat zitten...


woensdag 3 oktober 2012

ja, zo gaat dat

En dan slaap ik slecht omdat ik almaar zit te malen, en dan gaat de wekker heel vroeg omdat ik op tijd in het theater moet zijn en dan ben ik daar om half 8 en dan wil ik een rustig yoga-cdtje aan doen, maar dan weet ik niet hoe ik geluid uit dat apparaat moet krijgen en dan denk ik aan de tv thuis die ik ook nooit aan weet te krijgen en aan hoe mal ik daar soms van word, dat ik niet zo goed met apparaten om kan gaan, en dan denk ik, ach, nou ja, dan maar niet, en dan blijkt het even later, als de mannen komen, allemaal heel simpel te zijn en dan sta ik rond starttijd te wachten, achter de gordijnen, met een hart dat mijn lijf zowat uit klopt, te wachten dus op kindertjes die naar mij en de Muzikant komen kijken en dan denk ik, wat een leuk werk heb ik eigenlijk, en wat jammer dat ik er steeds zo nerveus voor ben, en och, dan moet ik op en zeg ik mijn teksten en doe ik mijn ding en de Muzikant het zijne en wij samen het onze, en dan krijgen we een applausje en dan ben ik toch weer best een beetje blij en opgelucht dat het voorbij is en dat er een vrije middag op komst is die ik samen met Zus begin met het bakken van een tosti omdat de Muzikant er geen één wil en Zus en ik wel.
En dan verbrand ik mijn tong aan een tomaat die Zus er tussen heeft gelegd, op mijn verzoek, en dan hebben we 't over moeilijke dingen wat betreft vriendschap en probeer ik te bedenken waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe en waarom ik ze zeg zoals ik ze zeg en dan heb ik spijt of wrok of wroeging, en ook heb ik heel even geen spijt misschien, maar wel twijfels, en dan gaat Zus weg en weet ik zomaar niet meer wat ik met die vrije middag moet doen ook al zijn er nog klussen zat.
En dan beland ik in de stad met mijn kop in de regen en heb ik niet het goede vest aan, want daar gaat die harde regen doorheen en dan ren ik een beetje naar een winkel waar ik eigenlijk helemaal niets te zoeken heb, dus daar ren ik ook weer uit, weer die regen in, en dan kom ik in de bieb en zoek ik naar een boek van Jan van Mersbergen omdat ik denk dat die Jan hele goede boeken schrijft omdat ik zijn columns in de NRC next zo goed heb gevonden, wat ik hem ook heb gemaild, waarop ik tweemaal het woord 'dank' terugkreeg (hoe leuk is dát!), maar dan vind ik geen boek van hem en dat is dan ook eigenlijk helemaal niet zo erg, want de avond vóór deze dag had ik al 2 boeken van hem aangevraagd bij die bieb.
En ach, dan gaat de telefoon en dan spreek ik wat, en dan spreekt degene die mij belt wat, en zo spreken we samen wat en dan is het maar zó weer tijd om boodschappen te doen, maar dan wel met een ander jasje, want zo'n nat vest is niet echt lekker, hoor.

dinsdag 2 oktober 2012

help, m'n haar zit belachelijk

De kapper heeft een poedel van me gemaakt.
Ik pluis aan alle kanten
en hoef nu alleen nog maar van me af te blaffen
om het plaatje compleet te maken.


maandag 1 oktober 2012

tot gauw!

Nou, de kop is er af.
Het stuk is gespeeld, gisteren voor de eerste keer voor een zeer gemeleerd publiek, waaronder collegablogster zuster Klivia. Zo leuk om haar eens in het echt te ontmoeten!
Hoe het was, dat wilt u natuurlijk weten.
Wel, het was...tja, het was leuk, spannend, warm, tijd, zondag, nodig, eng/niet eng, gezellig, grappig en prettig om het eindelijk te kunnen laten zien.
Ik heb helaas nu geen tijd om er over te vertellen, moet racen om op tijd op een schoolgesprek te zijn, en daarna moet ik koken en heb ik vanavond weer een afspraak, maar ik hoop morgen of vanavond laat nog wat meer te kunnen schrijven. Tot gauw!

woensdag 26 september 2012

't lijkt wel stroop

Gisteren de hele dag gerepeteerd, alles opstekop en door de war gegooid en uiteindelijk nogal gefrustreerd de deur gesloten. Ik weet heus wel dat het er allemaal bij hoort, bij zo'n proces van een stuk maken, maar ik vind het niet het leukste onderdeel.
Het is dat de Muzikant het hoofd koel houdt, anders had ik al lang heel driftig lopen kermen en bleren en dramatisch lopen doen en het hele stuk overboord gefikkerd en alles afgeblazen en zo.
'Komt wel goed, het betekent dat het bijna af is,' zei de Muzikant gisteren steeds.
Ik ben blij dat ie er is, die Muzikant.
En dat ie zo weer komt.
Over een uur gaan we weer.
Tot 17 uur gaan we oefenen, oefenen en oefenen.
En daarna ga ik fijn uit.
Naar de Amsterdamse schouwburg om te kijken naar een voorstelling van Wim VandeKeybus. Iets met dans en pop en een fotograaf. Schijnt erg bijzonder te zijn.
Fijn, zo iets om naar uit te kijken. Bij die vandeKeybus is 't in ieder geval al wél gelukt. Die heeft een stuk dat klaar is. Die heeft die stroop allemaal al gehad. Geluksvogel.




dinsdag 25 september 2012

over kelders en wind

Gisteren heb ik de hele dag in de kelder van een ziekenhuis gewerkt.
Dat moest, want er was nergens anders plek voor ons.
Het was een prima ruimte, met een paar tafels en stoelen en een bar, maar die bar gebruikten we niet want we hadden alleen de tafels en de stoelen nodig.
In die kelder waren nog meer ruimtes, en in die ruimtes werkten mensen tussen papieren, statussen, instrumenten, uniformen, technische dingesen en weet ik veel wat al niet meer.
In die kelder waren geen ramen, er was alleen maar kunstlicht en het was er warm en benauwd, althans, dat was het gisteren.
Toen ik om een uur of 17 weer bovengronds kwam en de draaideur uitliep richting fietsenhok, werd ik tot mijn verrassing zowat omver geblazen door heftige wind.
Had ik helemaal niets van meegekregen, zeg! Niets gehoord, gezien, gelezen, geroken. Ik had volkomen afgezonderd een dag geleefd in een wereld onder de voetzolen van honderden mensen. Raar vond ik het, en ik was opeens superbij dat ik niet elke dag die kelder in hoefde. Volgens mij doet het iets met je als je je jaar in jaar uit ondergronds begeeft. Ik bedoel, ik had het al na een dág, mensen.
Ik genoot dan ook met volle teugen van het bovengronds zijn en die harde wind. Ik vond het helemaal geweldig en wenste dat ik langs het strand liep, maar dat was een onhandige wens want het was zoals gezegd 17 uur en er moest gekookt worden en zo.
Maar goed, de wind.
Zo hard dat ie ging.
Ik fietste onder een oude hoge boom door, hoorde een tak breken boven me en was blij dat ie niet boven op mij viel. Hij viel wel, maar gewoon op de grond, zonder iets te raken, achter mij.
Wind is iets geks, trouwens.
Wind zelf is onzichtbaar. Het is alleen maar te voelen. Als we het proberen te tekenen, komen we uit op een paar nietige streepjes, maar in het echt heb ik nog nooit een streepje wind gezien.
Wind maakt zich zichtbaar door zijn omgeving in beweging te zetten.
Een mooi ding, wind. Machtig ook. Er zit vást een mooie vergelijking in naar het leven, maar zo eentje te bedenken kost tijd. Die houdt u nog van me tegoed.

maandag 24 september 2012

Gevaren

Er was zondag een zeilwedstrijdje en de Kale, de Danseres en ik mochten daaraan meedoen. Meevaren. Meehelpen. Als bemanning. Niet op ons eigen bootje, maar op een Echte. Een grote, zeg maar, zo een met een kajuit, een wc en een koelkast. Heel fijn allemaal.
Eerst, toen ik nog thuis was en door de ramen naar buiten keek, vond ik het niet zulk lekker weer,
maar later, met d'n kop in de wind en een niet zo charmante zeilbroek om d'n kont, vond ik het heerlijk en kon ik zowat niet meer geloven dat ik thuis zo onbehoorlijk op het weer had gemopperd.
De wind wapperde om d'n oortjes, de lijnen stonden strak (ik moet lijnen zeggen, want als ik touwtjes zeg, word ik bijkans doodgeknuppeld), de zeilen stonden bol, maar soms ook klapperden ze en dat was dan het moment waarop ik harder aan zo'n lijntje moest trekken en keihard moest draaien aan zo'n lierdinges, wat heel zwaar werk was en ook wel precies kwam, want er kon maar zó iets mis gaan, iets losschieten bijvoorbeeld, of juist vast, of gewoon verkeerd of mis of net niet goed.
Toen we 2 wedstrijdjes hadden gedaan, zoals afgesproken, werden we afgetoeterd en sloegen wij op de haven aan, maar halverwege keek de Danseres, die de hele tijd al kapitein mocht spelen, eens om en zag dat niemand nog huiswaarts keerde.
'Zouden we anders nóg een wedstrijdje moeten doen?' vroeg zij zich hardop af.
'Gosj, ja, zouden we anders nóg een wedstrijdje moeten doen,' vroegen ook de Kale, de Fransman, de Eigenaar en ik zich af.
'Vaar maar efkes terug naar het wedstrijdveld, dan,' zei de Eigenaar van de Echte, waarop wij de reeds opgeschoten lijnen weer ont-wikkelden en ik wederom de handschoenen aantrok, want, o, m'n nagels, mensen, m'n nagels, zeilen is funest voor m'n nagels.
Affijn, lang verhaal kort, we moesten dus nóg een wedstrijdje varen en toen waren we behoorlijk laatste, en de Kale en de Fransman flikkerden bijkans nog overboord, maar alles kwam toch nog goed, en toen we een heel klein beetje vast liepen, was dat maar voor héél even, want de Echte heeft een motor die zomaar aanfloept als je op een knopje drukt, en die geweldige motor tuft je dan gewoon uit de ondiepte weer terug naar waar je eigenlijk had moeten blijven.
Toen we eenmaal aan wal waren, aten we bitterballen en dronken we een glas bier en we zeiden tegen elkaar dat het een mooie middag was geweest en dat het maar goed was dat we erop uit waren gegaan, anders hadden we de hele dag maar binnen zitten sippen.
Onderweg naar huis begon het te regenen, en wij hebben er niet één spetter van op ons kop gekregen. Of dat mazzel is!