Vandaag gezien in Harderwijk: Lejo! (klik op Lejo, geluid aanzetten.)
Gezien in de Catharinakapel bij de opening van de expositie van Harderwiek ontwerpfabriek. In september komt Lejo de hele voorstelling spelen. Gaat dat zien en neem iedereen die je lief is mee!
zaterdag 31 januari 2009
DENKEN
Ik denk soms zo langzaam dat alles wat ik denk al zinnen zijn.
Dat zijn de momenten dat ik in gedachten bezig met het schrijven van een stukje.
Het is aangenaam denken op die manier, omdat het overzichtelijk is. Normaal gesproken fladdert er van alles door mijn hoofd; ongecontroleerd, gedachten, flarden, gevoelens, emoties, dingen, weet ik veel wat. Teveel om op te noemen eigenlijk. Ik houd van denken, ik houd verschrikkelijk veel van denken. Volgens mij heb ik zelden denkloze momenten, tenminste, dat denk ik.
Ik vraag me nu, bij nader inzien, af hoe zo'n denkloos moment dan gaat. Dan zit ik wat op de bank, of hang ik wat in mijn mat en dan staar ik wat voor me uit zonder dat ik iets specifieks denk. Dan is er even helemaal niks, maar dat duurt nooit lang, want op het moment dat ik registreer dat ik nergens aan denk denk ik eigenlijk alweer, anders had ik nooit kunnen bedenken dat ik niks dacht.
Ja, u mag hier gerust even op kauwen hoor. U heeft een heel weekend de tijd om te ontdekken of ie klopt...
Dat zijn de momenten dat ik in gedachten bezig met het schrijven van een stukje.
Het is aangenaam denken op die manier, omdat het overzichtelijk is. Normaal gesproken fladdert er van alles door mijn hoofd; ongecontroleerd, gedachten, flarden, gevoelens, emoties, dingen, weet ik veel wat. Teveel om op te noemen eigenlijk. Ik houd van denken, ik houd verschrikkelijk veel van denken. Volgens mij heb ik zelden denkloze momenten, tenminste, dat denk ik.
Ik vraag me nu, bij nader inzien, af hoe zo'n denkloos moment dan gaat. Dan zit ik wat op de bank, of hang ik wat in mijn mat en dan staar ik wat voor me uit zonder dat ik iets specifieks denk. Dan is er even helemaal niks, maar dat duurt nooit lang, want op het moment dat ik registreer dat ik nergens aan denk denk ik eigenlijk alweer, anders had ik nooit kunnen bedenken dat ik niks dacht.
Ja, u mag hier gerust even op kauwen hoor. U heeft een heel weekend de tijd om te ontdekken of ie klopt...
vrijdag 30 januari 2009
FILMPJE
http://www.youtube.com/watch?v=LUePkkM14OY
Kunstfilmpje van Zusje.
Twee minuten kijken naar iets bijzonders.
Ik weet nog dat het heel koud was toen ze dit opnam.
Ik weet ook nog dat ze zei dat ik een zwart jurkje aan moest en met blote benen moest komen. Het was 1 graag boven nul en de wind was snijdend koud.
Ze kon de boom in dus.
Het werd een jurkje met thermozooi en rubberlaarzen.
'Doe maar wat,' zei ze toen we op de zandverstuiving waren.
Niemand begreep wat ie aan het doen was.
Nu nóg niet.
Maar dat geeft niet.
Kunstfilmpje van Zusje.
Twee minuten kijken naar iets bijzonders.
Ik weet nog dat het heel koud was toen ze dit opnam.
Ik weet ook nog dat ze zei dat ik een zwart jurkje aan moest en met blote benen moest komen. Het was 1 graag boven nul en de wind was snijdend koud.
Ze kon de boom in dus.
Het werd een jurkje met thermozooi en rubberlaarzen.
'Doe maar wat,' zei ze toen we op de zandverstuiving waren.
Niemand begreep wat ie aan het doen was.
Nu nóg niet.
Maar dat geeft niet.
woensdag 28 januari 2009
HET WEER EN DE MENS
De poes loopt naar binnen, naar buiten, naar binnen, naar buiten. Ik vind dat ie zeurt, maar wat ie er zelf van denkt weet ik niet.
Hij zit op tafel voor de ramen en kijkt me aan. Op zich nog knap dat ie me aan kán kijken, want de ramen zijn bijzonder vies. Zoontje heeft de opgespoten dennenbomen met zijn kleffe kinderhandjes van het raam geveegd en daarna heb ik er niets meer aan gedaan. Er hangen trouwens ook nog engeltjes voor het raam, engeltjes met gestreepte armen en benen. Nou kan zo'n engel weinig kwaad dunkt me, maar toch moeten ze weg, evenals de kaarten in de hal. Natuurlijk omdat ze restantjes van de kerst zijn, maar ook omdat ik afgelopen maandag een snippertje lente heb geroken. Zo'n weldadig vleugje was het, zo'n heerlijke verheuging op het jippie-straks-wordt-het-weer-lente-gevoel.
Overigens moest ik vanmorgen de ruiten van de auto weer krabben en hoopte ik ineens hartstochtelijk op nog een paar dagen schaatsen. Waarmee ik maar wil zeggen dat er niets zo veranderlijk als het weer is. En de mens!
Hij zit op tafel voor de ramen en kijkt me aan. Op zich nog knap dat ie me aan kán kijken, want de ramen zijn bijzonder vies. Zoontje heeft de opgespoten dennenbomen met zijn kleffe kinderhandjes van het raam geveegd en daarna heb ik er niets meer aan gedaan. Er hangen trouwens ook nog engeltjes voor het raam, engeltjes met gestreepte armen en benen. Nou kan zo'n engel weinig kwaad dunkt me, maar toch moeten ze weg, evenals de kaarten in de hal. Natuurlijk omdat ze restantjes van de kerst zijn, maar ook omdat ik afgelopen maandag een snippertje lente heb geroken. Zo'n weldadig vleugje was het, zo'n heerlijke verheuging op het jippie-straks-wordt-het-weer-lente-gevoel.
Overigens moest ik vanmorgen de ruiten van de auto weer krabben en hoopte ik ineens hartstochtelijk op nog een paar dagen schaatsen. Waarmee ik maar wil zeggen dat er niets zo veranderlijk als het weer is. En de mens!
donderdag 22 januari 2009
RIJDEN RIJDEN RIJDEN IN EEN AUTOOTJE..
Gisteren mocht Zoon van 19 in de grote auto rijden. Hij heeft sinds vorige week zijn rijbewijs, dus rijden is een absolute noodzaak geworden. Vindt hij. Hij gaat rijdend naar de bakker, de slager en zelfs rijdend naar de douche. En dat allemaal in mijn leuke kleine autootje die ik opeens schijn te moeten delen met hem. Ik ben er nog niet helemaal aan gewend geloof ik.
Goed. Gisteren mocht ie ook even de grote rooie proberen.
Dochter en ik wilden de stal doen en zoon wou ons wel brengen. Hij is zijn hele leven nog nooit geinteresseerd geweest in die stal, maar nu hij kan rijden is het opeens zielig voor ons om zo'n eind te moeten fietsen...
Jaja!
Reden we gisteren dus in die grote auto, moest ie bij het spoor wachten om af te slaan.
Hij stond nogal onhandig voorgesorteerd op de weg. Ik keek naar een auto die zich onhandig achter ons langs probeerde te wurmen. Het scheelde niet veel, of we zaten in elkaars zijkantje.
'Je zit zowat in zijn flank,' zei ik tegen Zoon.
Dochter van 12 zat achterin en bekeek de situatie eens goed.
'Jee, wat een homo zit daar in,' zei ze.
Na wat heen-en-weergewrik over en weer reed Zoon weer.
Ik pakte mijn mobiel en toetste het nummer van een goede vriend in.
'Met Margriet,' zei ik, 'rij jij op de weg en was jij net bij het spoor?' vroeg ik.
'Ja,' zei hij, 'hoezo?'
'Dan zaten we net bijna in elkaars zijkant.'
'Was jíj dat?'
'Ja. Of ja, nou ja, het was Zoon. Hij heeft net zijn rijbewijs. En Dochter vond je een homo.'
'Echt?'
'Echt.'
En toen hingen we weer op. En reed Zoon stralend verder. En zaten Dochter en ik te zitten. Want wij reden mee.
Goed. Gisteren mocht ie ook even de grote rooie proberen.
Dochter en ik wilden de stal doen en zoon wou ons wel brengen. Hij is zijn hele leven nog nooit geinteresseerd geweest in die stal, maar nu hij kan rijden is het opeens zielig voor ons om zo'n eind te moeten fietsen...
Jaja!
Reden we gisteren dus in die grote auto, moest ie bij het spoor wachten om af te slaan.
Hij stond nogal onhandig voorgesorteerd op de weg. Ik keek naar een auto die zich onhandig achter ons langs probeerde te wurmen. Het scheelde niet veel, of we zaten in elkaars zijkantje.
'Je zit zowat in zijn flank,' zei ik tegen Zoon.
Dochter van 12 zat achterin en bekeek de situatie eens goed.
'Jee, wat een homo zit daar in,' zei ze.
Na wat heen-en-weergewrik over en weer reed Zoon weer.
Ik pakte mijn mobiel en toetste het nummer van een goede vriend in.
'Met Margriet,' zei ik, 'rij jij op de weg en was jij net bij het spoor?' vroeg ik.
'Ja,' zei hij, 'hoezo?'
'Dan zaten we net bijna in elkaars zijkant.'
'Was jíj dat?'
'Ja. Of ja, nou ja, het was Zoon. Hij heeft net zijn rijbewijs. En Dochter vond je een homo.'
'Echt?'
'Echt.'
En toen hingen we weer op. En reed Zoon stralend verder. En zaten Dochter en ik te zitten. Want wij reden mee.
dinsdag 20 januari 2009
BONT
Afgelopen weekend was een mooie: puberdochter maakte het te bont en dus moest er ingegrepen worden. Ik scheurde met een woeste kop en wild bonkend hart naar haar toe, 140 over de snelweg, radio op standje oorlog.
Ik nam me nog voor om netjes te blijven naar de ouders toe, maar toen ik dochterlief stompzinnig zag grinniken in de gang, vergat ik mijn hele voornemen. Ik stelde me nog wel voor, dat wel, maar toen begon ik meteen een tirade. Ik stond midden in een vreemde kamer mijn dochter op haar sodemieter te geven, terwijl intussen een leuk klein mannetje met een van ondeugd vertrokken gezicht me een klompje goud kwam brengen. Ik smeet het nog nét niet de kamer door. Niets kon me stoppen. De ouders stonden er nogal zenuwachtig bij. 'We hebben nog wel even opgeruimd voordat je kwam,' zeiden ze. 'Wat kan mij die bende nou schelen,' schreeuwde ik. Affijn, toen ik dochterlief bij haar kraag had gevat en zij klaarstond met haar tas, stuiterde ik de gang door en struikelde en passant over een krukje. Waarop ik dat krukje pakte, het boven mijn hoofd slingerde en het ergens hardhandig op neerzette. (volgens mij was het een droger of zo). 'Hier. Je hebt niet goed opgeruimd,' schreeuwde ik.
Waarop dochterlief me gauw het huis uitduwde en wij zwijgend naar huis reden.
Thuis kreeg ik een enorme lachbui.
Ik geloof dat ik heel nodig ergens een bosje bloemen moet gaan brengen...
Ik nam me nog voor om netjes te blijven naar de ouders toe, maar toen ik dochterlief stompzinnig zag grinniken in de gang, vergat ik mijn hele voornemen. Ik stelde me nog wel voor, dat wel, maar toen begon ik meteen een tirade. Ik stond midden in een vreemde kamer mijn dochter op haar sodemieter te geven, terwijl intussen een leuk klein mannetje met een van ondeugd vertrokken gezicht me een klompje goud kwam brengen. Ik smeet het nog nét niet de kamer door. Niets kon me stoppen. De ouders stonden er nogal zenuwachtig bij. 'We hebben nog wel even opgeruimd voordat je kwam,' zeiden ze. 'Wat kan mij die bende nou schelen,' schreeuwde ik. Affijn, toen ik dochterlief bij haar kraag had gevat en zij klaarstond met haar tas, stuiterde ik de gang door en struikelde en passant over een krukje. Waarop ik dat krukje pakte, het boven mijn hoofd slingerde en het ergens hardhandig op neerzette. (volgens mij was het een droger of zo). 'Hier. Je hebt niet goed opgeruimd,' schreeuwde ik.
Waarop dochterlief me gauw het huis uitduwde en wij zwijgend naar huis reden.
Thuis kreeg ik een enorme lachbui.
Ik geloof dat ik heel nodig ergens een bosje bloemen moet gaan brengen...
vrijdag 16 januari 2009
WAAR IS DAN DE BLIJDSCHAP?
Ja.
En dan is het boek geschreven, maar waar is dan de blijdschap?
Die is er niet. Wel opluchting, dat wel, maar blijdschap niet.
Het was een bevalling en starks krijg ik naweeen. Ik kan er op wachten...
Er zijn 3000 tekens te weinig en ik twijfel of het wel een boek is dat geschikt is voor kinderen vanaf een jaar of negen.
Oorlog is nooit leuk, hoe je het ook wendt of keert. Ik kom niet onder de zwaartekracht uit, het is gewoon een onderwerp dat niet licht verteerbaar is.
Ik moet het los zien te laten, aan iemand durven laten lezen.
Zal ik hier het begin op zetten?
Zal ik het durven?
Vooruit, ik doe het.
Eens moet ik het tóch zien los te laten en dan nu meteen maar dan.
Wie zegt dat vriendschap makkelijk is, liegt.
Soms moet je ervoor werken,
keihard, tot huilens aan toe.
En soms moet je ervoor kunnen vergeven,
oneindig veel.
Dat is niet makkelijk, voor niemand niet.
Niet voor grote mensen, niet voor kleine mensen,
niet voor mij, en zeker niet voor Radja.
Radja, zo heet ze, mijn vriendin.
Radja betekent 'liefste'.
Dat heb ik oot eens opgezocht, op internet,
toen Radja nog geen Nederlands kon.
Toen we geen van tweeen nog wisten hoe het zat.
Dat ene, dat verschrikkelijke.
Mijn naam, Nienke, betekent rein.
Rein, zuiver, genadig en lieflijk,
alles tegelijk.
Nienke en Radja, Radja en Nienke,
wij zijn vriendinnen door dik en dun,
dwars door een oorlog met fouten en spijt heen.
Niet dat het makkelijk voor ons is geweest om vrienden te blijven.
Dat niet, dat zeker niet.
de liefste en de lieflijke
Rdaja en Nienke,
Nienke en Radja.
Luister naar ons verhaal...
1.
De avond voor mijn zevende verjaardag sloot Boris, mijn broertje, zichzelf op in de zolderkast. Mijn moeder zat er op haar knieën voor en schreeuwde dat hij open moest doen. Ik stond vlak achter haar, was hen bezorgd achterna gerend.
‘Niet doen, mama, niet zo schreeuwen,’ huilde ik. ‘Morgen ben ik jarig, alsjeblieft, niet zo schreeuwen.’
‘Bemoei je er verdorie niet mee,’ schreeuwde ze tegen mij. ‘Dat rotjonk. Ik word knettergek van ‘m. Boris, doe open die deur, of je krijgt een pak voor je broek.’
‘Nee, mama,’ riep ik.
Mijn moeder draaide zich om en duwde me hardhandig weg. Ik viel tegen de deur van Steef aan. Eerst met mijn rug en toen met mijn elleboog. Toen waren er drie die gilden: Boris, mijn moeder en ik. Steef, mijn broer van twaalf, rukte de deur van zijn slaapkamer open, trok me zijn kamer in. Hij zette me op zijn bed neer.
‘Mijn arm,’ brulde ik.
‘Laat es zien,’ zei hij.
Ik stroopte mijn mouw omhoog en liet hem mijn elleboog zien. Hij was rood en ik kon hem moeilijk bewegen.
‘Niks aan de hand,’ zei hij.
‘Maar jij bent geen dokter!’
‘Wil je naar de dokter dan?’
‘Nee!’
‘Nou dan. Hier, neem een dropje.’
Hij hield me zijn droppot voor. Ik koos er een zachte uit, zo’n dopje. ‘Hoe moet dat nou met Boris en mama?’ vroeg ik terwijl ik over mijn elleboog wreef.
‘Komt wel goed,’ zei hij.
‘Maar dat geschreeuw…’
‘Dat houdt hij nooit lang vol. Luister, mama zingt al. Hoor je het?’ Hij deed de deur op een kier. Ik zag mijn moeder liedjes zingen. Ze zat nog steeds op haar knieën en zong door het sleutelgat. Osewiesewosewiesewallalkristalla en er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot. Lievelingsliedjes van Boris.
‘Ik wou dat papa terug kwam,’ zei ik. ‘Hij heeft nou wel lang genoeg in die oorlog gezeten.’
‘Dat zal nog wel een tijdje duren.’
‘Maar morgen ben ik jarig. Een verjaardag zonder vader is geen echte verjaardag.’
‘Tuurlijk wel,’ zei Steef. ‘Je krijgt gewoon cadeautjes. Zal ik de tv voor je aanzetten?’ Iets met auto’s was er op. Echt heel stom, niks voor meisjes. Ik ging in de deuropening van Steef staan en zag nog net dat Boris snikkend de kast uit kwam. Mama nam hem op schoot, gelukkig. Ze hield hem stevig vast, begroef haar gezicht in zijn haren. Ze wiegde hem heen en weer. Er landden zachte zinnen in zijn haar...
Hier wil ik het graag bij laten.
Tjee, wat eng. Wat ontzettend doodeng om dat hier neer te zetten!
Kan best zijn dat ik het er zo weer af haal, hoor.
Brrrr. Doodeng.
Waarom?
Te kwetsbaar dames en heren, té kwetsbaar!
En dan is het boek geschreven, maar waar is dan de blijdschap?
Die is er niet. Wel opluchting, dat wel, maar blijdschap niet.
Het was een bevalling en starks krijg ik naweeen. Ik kan er op wachten...
Er zijn 3000 tekens te weinig en ik twijfel of het wel een boek is dat geschikt is voor kinderen vanaf een jaar of negen.
Oorlog is nooit leuk, hoe je het ook wendt of keert. Ik kom niet onder de zwaartekracht uit, het is gewoon een onderwerp dat niet licht verteerbaar is.
Ik moet het los zien te laten, aan iemand durven laten lezen.
Zal ik hier het begin op zetten?
Zal ik het durven?
Vooruit, ik doe het.
Eens moet ik het tóch zien los te laten en dan nu meteen maar dan.
Wie zegt dat vriendschap makkelijk is, liegt.
Soms moet je ervoor werken,
keihard, tot huilens aan toe.
En soms moet je ervoor kunnen vergeven,
oneindig veel.
Dat is niet makkelijk, voor niemand niet.
Niet voor grote mensen, niet voor kleine mensen,
niet voor mij, en zeker niet voor Radja.
Radja, zo heet ze, mijn vriendin.
Radja betekent 'liefste'.
Dat heb ik oot eens opgezocht, op internet,
toen Radja nog geen Nederlands kon.
Toen we geen van tweeen nog wisten hoe het zat.
Dat ene, dat verschrikkelijke.
Mijn naam, Nienke, betekent rein.
Rein, zuiver, genadig en lieflijk,
alles tegelijk.
Nienke en Radja, Radja en Nienke,
wij zijn vriendinnen door dik en dun,
dwars door een oorlog met fouten en spijt heen.
Niet dat het makkelijk voor ons is geweest om vrienden te blijven.
Dat niet, dat zeker niet.
de liefste en de lieflijke
Rdaja en Nienke,
Nienke en Radja.
Luister naar ons verhaal...
1.
De avond voor mijn zevende verjaardag sloot Boris, mijn broertje, zichzelf op in de zolderkast. Mijn moeder zat er op haar knieën voor en schreeuwde dat hij open moest doen. Ik stond vlak achter haar, was hen bezorgd achterna gerend.
‘Niet doen, mama, niet zo schreeuwen,’ huilde ik. ‘Morgen ben ik jarig, alsjeblieft, niet zo schreeuwen.’
‘Bemoei je er verdorie niet mee,’ schreeuwde ze tegen mij. ‘Dat rotjonk. Ik word knettergek van ‘m. Boris, doe open die deur, of je krijgt een pak voor je broek.’
‘Nee, mama,’ riep ik.
Mijn moeder draaide zich om en duwde me hardhandig weg. Ik viel tegen de deur van Steef aan. Eerst met mijn rug en toen met mijn elleboog. Toen waren er drie die gilden: Boris, mijn moeder en ik. Steef, mijn broer van twaalf, rukte de deur van zijn slaapkamer open, trok me zijn kamer in. Hij zette me op zijn bed neer.
‘Mijn arm,’ brulde ik.
‘Laat es zien,’ zei hij.
Ik stroopte mijn mouw omhoog en liet hem mijn elleboog zien. Hij was rood en ik kon hem moeilijk bewegen.
‘Niks aan de hand,’ zei hij.
‘Maar jij bent geen dokter!’
‘Wil je naar de dokter dan?’
‘Nee!’
‘Nou dan. Hier, neem een dropje.’
Hij hield me zijn droppot voor. Ik koos er een zachte uit, zo’n dopje. ‘Hoe moet dat nou met Boris en mama?’ vroeg ik terwijl ik over mijn elleboog wreef.
‘Komt wel goed,’ zei hij.
‘Maar dat geschreeuw…’
‘Dat houdt hij nooit lang vol. Luister, mama zingt al. Hoor je het?’ Hij deed de deur op een kier. Ik zag mijn moeder liedjes zingen. Ze zat nog steeds op haar knieën en zong door het sleutelgat. Osewiesewosewiesewallalkristalla en er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot. Lievelingsliedjes van Boris.
‘Ik wou dat papa terug kwam,’ zei ik. ‘Hij heeft nou wel lang genoeg in die oorlog gezeten.’
‘Dat zal nog wel een tijdje duren.’
‘Maar morgen ben ik jarig. Een verjaardag zonder vader is geen echte verjaardag.’
‘Tuurlijk wel,’ zei Steef. ‘Je krijgt gewoon cadeautjes. Zal ik de tv voor je aanzetten?’ Iets met auto’s was er op. Echt heel stom, niks voor meisjes. Ik ging in de deuropening van Steef staan en zag nog net dat Boris snikkend de kast uit kwam. Mama nam hem op schoot, gelukkig. Ze hield hem stevig vast, begroef haar gezicht in zijn haren. Ze wiegde hem heen en weer. Er landden zachte zinnen in zijn haar...
Hier wil ik het graag bij laten.
Tjee, wat eng. Wat ontzettend doodeng om dat hier neer te zetten!
Kan best zijn dat ik het er zo weer af haal, hoor.
Brrrr. Doodeng.
Waarom?
Te kwetsbaar dames en heren, té kwetsbaar!
Abonneren op:
Posts (Atom)