Pagina's

woensdag 29 april 2009

VRIJMARKT IN HARDERWIJK

Mocht u morgen over de Vischmarkt in Harderwijk struinen, dan zit ik tegenover Da Gabrielle om voor te lezen uit Toon Tellegen. Inclusief snoepje.
Wellicht tot ziens...

OEPS

Wat een knoeperd van een fout staat er in het stukje van gisteren, zeg. Ik schreef steifheid met ee-ie, terwijl het natuurlijk stijfheid met een langerd is.
Wilde het daarnet verbeteren, stiekem, om daarna net te doen of het er nooit heeft gestaan, maar dacht, ach wat, ze mogen best zien dat ik ook heus wel fouten maak.
Maar stom is het wel!

dinsdag 28 april 2009

TEGENGESTELD

Als ik aan onze koninging denk, denk ik als eerste aan haar stijve haren en aan hoe mal ze praat. Dan denk ik aan mantelpakken en stijfgestreken jurken, daarna aan bijzondere hoedjes en bosjes bloemen voor in de hand.
Om Beetje weer een beetje normaal zien te krijgen in mijn hoofd, probeer ik me dan voor te stellen hoe ze is als ze net wakker is. Haar haar bedenk ik rommelig, ik bedenk flanellen pyjama's en uitgezakte schommelborsten, ik bedenk haar tandenpoetsend voor de spiegel, zittend op de wc, een ei bakkend in haar keuken, maar zodra ik haar aan dat ei zet, denk ik dat ze waarschijnlijk wel iemand zal hebben die dat voor haar doet en valt het hele huiselijke plaatje als duigen in elkaar. Ik doe een laatste poging om haar dollend met de kleinkinderen over de grond te zien rollen, maar ook dat is mijn hoofd gewoonweg niet in te schuiven. Voor mij is en blijft ze een toonbeeld van netheid, keurigheid en steifheid.
Wat dan wel weer grappig is, is dat heel Nederland vanwege haar verjaardag de zolder leegruimt en de grootst mogelijke puinzooi op planken de straat op dondert. Men dost zich debiel uit, drinkt bier, slaapt op straat, heeft luidruchtig lol en verbrast de winst onmiddellijk bij de Chinees of een nabij gelegen kroeg. Dat heeft ze dan allemaal wél weer voor elkaar, onze Bée, ondanks haar stijve haar.

maandag 27 april 2009

LIEFDE OP BROOD

In Sloten, een man en een vrouw aan een tafeltje, middelbare leeftijd, allebei een klepbril op. Zonneglazen omhoog geklapt, als particuliere zonneschermpjes.
Ze aten een broodje, hij paling, zij zalm.
Ze zeiden niet veel, aten aandachtig, namen kleine slokjes koffie.
Toen boog de man met mes en vork over de tafel en sneed een stukje van haar brood.
Ik dacht dat hij een hapje wilde van haar, maar hij stak niets in zijn mond en sneed het hele broodje in hapklare stukken.
'Dankjewel,' zei de vrouw.
De man knikte en keek hoe ze haar broodje verder at.
Dat is liefde, dacht ik, als bij toverslag ontroerd.

zondag 26 april 2009

TWEE KAPITEINS OP 1 SCHIP

Sinds vorig jaar hebben wij een valk.
Niet zo'n vogel, maar een zeilbootje.
Enig.
Alleen, ik kan er geen hout van.
Meezeilen kan ik wel, me gedragen als een zeevrouw ook (stoer kijken, pas na vijven aan de borrel gaan, beetje de fok bedienen) maar meer dan dat was het niet.
Als ik het roer even over moest nemen was ik al in paniek. Naast dat ik hem bijzonder bewonderde om zijn zeilkunsten, had ik natuurlijk best wel eens ideetjes over het een en ander en liet ik niet na die op irritante wijze te ventileren. (vond hij)
'Je snapt er geen hout van,' zei hij regelmatig op minzame toon.
'Leer het me dan,' riep ik vervolgens theatraal.
'Nee,' zei hij.
'Waarom niet?' vroeg ik.
'Omdat ik mijn relatie met jou dolgraag goed wil houden, schatje.' Waarop ik natuurlijk begon te foeteren en te schelden en te zeuren dat het zo'n vaart niet zou lopen.
Dus boekte vriendlief bij wijze van kadootje een paar dagen zeilles voor me. Ver weg van hem, in 't Frieske land.
'Veel plezier,' zei hij toen ik afgelopen vrijdagochtend vertrok.
'Mmmm,' bromde ik, 'dat zullen we nog wel zien.'


En nu, na 2 dagen fantastisch zeilweer en een magnifieke instructrice, kan ik zeilen. Ik durf het roer over te nemen, ik kan plannen maken, overstagjes doen, aanmeren (met bibbers in de benen, dat wel) en ik ben niet meer in paniek als er zo'n suffe achterlijke duffe motorboot aankomt. Kortom, ik ben een kapitein in hart en nieren.

Dus zaten vriendlief en ik vanmiddag even op onze valk.
De zeilen moesten aan de mast, schoten d'r aan, dat soort werk.
En natuurlijk wist ik alles beter, maar nu terecht!
Ik wíst gewoon waar ik het over had, vond dat ie stomme knoopjes legde en dat ie sommige dingen onhandig aanpakte en verweet hem dat ie nooit plannen maakte en dat dat helemaal fout en onduidelijk was en zo.
'Het heeft allemaal geen reet geholpen,' hoorde ik hem na een tijdje zuchten.

donderdag 23 april 2009

MARTIN BRIL IS DOOD

Martin Bril is dood. En als je dood bent, kun je niet meer schrijven. Dat kan niemand. Zelfs Jezus niet, ook al zou hij het willen. Martin Bril kan het dus ook niet. En dat betreur ik, want ik was gek op Martin Bril z'n stukjes. Zoals hij het leven beschreef, zo ogenschijnlijk oppervlakkig, zo heerlijk observerend, zo fragiel, zo verrassend vertederend soms, zo ver weg en toch dichtbij, zo mooi.
Nooit meer nieuwe stukjes van hem, nooit meer de zaterdagse volkskrantbijlage openrukken om met onbedwingbare gretigheid Bril te lezen.
Ik ben een beetje triest vandaag. Het klopt wat mij betreft dat de zon maar niet door de wolken heen wil komen.
Want de wereld heeft een schrijver verloren. Eentje die ik zo graag las.

dinsdag 21 april 2009

BELANGIJKE TELEFOONTJES

Ja, en toen reed ik naar de tennisbaan en toen zag ik opeens langs de weg een heleboel struiken branden en toen belde ik 112 en toen moest ik zeggen wie ik wilde hebben, politie, brandweer of ambulance, en toen zei ik brandweer en Gelderland, want ze vroegen of het Harderwijk Gelderland was en toen dacht ik, is er nóg een Harderwijk dan, maar dat vroeg ik niet, ik dacht dat zoek ik thuis wel op, dus ik zei gewoon ja, Harderwijk Gelderland, en toen moest ik de straat zeggen en dat zei ik ook, want dat wist ik toevallig en toen werd er gezegd dat ze er heen gingen of dat ze al onderweg waren, dat weet ik niet meer. En toen ging mijn voet trillen en mijn handen ook en was ik zomaar zenuwachtig. En dat vond ik best wel een beetje belachelijk, maar volgens mij is het een hele natuurlijke reactie en hebben wel meer mensen daar last van als ze zulke belangrijke telefoontjes plegen. Zo'n telefoontje pleeg je namelijk, die doe je niet, die pleeg je. Net als een moord, je dóet geen moord, je pléégt er één. En als je dat toevallig ziet, moet je, als je 112 belt, naar de de politie vragen, of naar een ambulance, of naar alletwee. En dan ga je vast ook trillen daarna. Dat kan niet anders.