Pagina's

woensdag 30 juni 2010

vreemde vogel


Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, en zoals je ziet zijn er heule vreemde vogeltjes op aarde...

dinsdag 29 juni 2010

ellendig zeg

Ben helemaal uit balans door de aanschaf van een cabrio.
Een opel astra voor de kenners. Ik dacht dat ik sterk en stoer genoeg was om deze aanschaf aan te kunnen, maar o, o, o, wat ken ik mezelf op dit punt toch slecht.
Ik loop al de hele dag mijn tranen te verbijten, heb knallende koppijn en wil dat ding liefst vandaag nog de deur uit hebben. Het voelt als een enge ziekte, dat klote, klote, klote apparaat van een auto.
Ben opeens onderdeel geworden van beeldvorming: vrouwen kijken me misprijzend of jaloers na, jeugd fluit, schilders donderen zowat van hun ladders doordat ze auto plus inhoud beter willen bekijken, etc.
Ik heb er ballen van in mijn buik, moet bijna kotsen, moet alsmaar denken aan al dat geld dat dat kost, aan vrienden die het zó goed zouden kunnen gebruiken, aan ons huis dat geschilderd moet worden en dat dat van dit bedrag mooi had gekund, en aan nog veel meer dingen die ik hier echt niet allemaal op ga schrijven.
O men, wat voel ik me naar.
Iemand misschien een cabrio?

donderdag 24 juni 2010

lurken of lezen


Ik heb het al vaker gezegd: blogland is een land apart. Voorbeeld: in blogland noemen ze anonieme lezers 'lurkers', terwijl in het dagelijks leven lurkers gewoon 'lezers' worden genoemd.
Lieve bloggers in blogland, ik zou tegen jullie allemaal willen zeggen dat het niet meer dan normaal is dat je niet weet wie je werk leest. Het is het lot van schrijvers dat ze niet weten bij wie ze op het nachtkastje liggen, of op schoot, of in de auto, of op het strand.
Als je een tijdschrift koopt, of een boek misschien, ben je toch ook geen lurker? Dan ben je gewoon iemand die leest, niet meer, niet minder.
Het woord 'lurken' uit de pen van bloggers geeft me bijna het gevoel dat ik iets stiekems doe. Maar lezen is toch niet stiekem, beste bloggers?
O ja, in de dikke van Dale (1982, negende uitgave) wordt lurken als volgt omschreven: 1.(hoorbaar) zuigen en 2. een pruttelend geluid geven.

Dus beste, al dan niet anonieme lezers, lees gerust verder hier en maak je maar geen zorgen. Voor mij ben je geen lurker, je bent gewoon wat je bent. Een lezer. Welkom!

dinsdag 22 juni 2010

baby

Ik liep vandaag achter de wandelwagen met de liefste baby van Harderwijk. Als je met zo'n wagen in de stad loopt, die ook nog eens oranje is, trek je best bekijks. Bij weer een paar van die blikken dacht ik opeens: o nee, ze denken vast dat ik een oude moeder ben. Terwijl ik mezelf helemaal niet oud vóel. 't Was best een raar gevoeletje, hoor, een beetje prikkellig en raar.
Maar goed, 't is evengoed weer genieten om met zo'n kindeke de stad door te sjouwen. En die flesjes geven, da's ook zo'n fijne bezigheid. Dat zachte lijfje tegen je aan, dat gesmakkel en gesmikkel, de lachjes die je krijgt daarna.
't Is dat het niet meer kan, maar anders zou ik zeggen: doe mij ook maar zo eentje, en vlug een beetje!

zondag 20 juni 2010

never ending story



Meestal ben ik 's morgens op nog voordat de kudde wakker is. Heerlijke momenten zijn dat, die me niet lang genoeg kunnen duren. Ik doe zo stil mogelijk om maar niemand wakker te maken, zet een kopje thee, schrijf wat, lees een krant, loop op mijn blote voeten door de tuin, kijk naar de lucht, geef de bloemen water, rommel maar wat in 't rond.
Maar dan.
Dan hoor ik gestommel boven en bekruipt me meestal een gevoel van teleurstelling. Gestommel betekent namelijk dat het gedaan is met de rust, dat er weer aan verwachtingen en wensen moet worden voldaan, dat er broodjes gebakken moeten worden, dat mijn eigen sfeer er opeens niet meer is, dat ik dít moet, of dat, dat we moeten zien dat we alle plannen van iedereen op een fijne manier kunnen combineren zonder al te veel gezeik, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.
Het is de never-ending-story van mijn leven: ik wil niet altijd mét, maar zeker ook niet zonder ze.

donderdag 17 juni 2010

gouden avond

Na het eten ging ik met Dochter de stal doen. Want: paardje, poepen, mest en dat moet schoon. Elke dag maar weer. We waren snel klaar. Mooi, dacht ik, dan gaan we weer naar huis. Dochter dacht daar anders over. 'We kunnen nog wel even naar de zandverstuiving,' zei ze.
'Want?' vroeg ik.
'Daar rijden een paar vriendinnen van me en er is een fotograaf mee, en ik vind het wel leuk om even te kijken.'
'Maar ik heb slippers aan,' zei ik.
'Ik klompen. Of dát lekker is. Nou, gaan we?'
Dus togen we naar de zandverstuiving. We moesten een trap op, een rotding, zo hoog, via het bos naar het mulle zand. Wij kijken, maar geen paard en vriendinnen te zien.
Dochter belde met vriendinnen, bleken we de verkeerde verstuiving te hebben.
Zuchten, terug naar de auto, verder gereden, geparkeerd. Wéér lopen, een stuk verder dit keer. Mooi hoor, maar o, die rotslippers. En het is zomer (bijna) dus schieten de kloven er weer bij me in. Hele geulen heb ik in mijn voeten, en pijn dat ze doen.
Maakt niet uit verder, want de uiteindelijke beloning was werkelijk adembenemend: paardjes die keihard galoppeerden, het geluid dat dat maakte, opstuifend zand rondom hun hoeven, de zon die met haar laatste stralen de vlakte verlichtte, de gelukzalige gezichten van de meiden die erop zaten. Ik had het voor geen goud willen missen!

en zeg dán nog maar eens nee

We zitten aan tafel en Dochter van 13, bijna 14, vertelt dat een vriendin van haar deze zomer naar Londen gaat en dan wel een t-shirt voor haar mee wil nemen met daarop I love Londen, mits ze zelf geld meegeeft.
'Mam, wil jij dat dan betalen?'
'Tuurlijk niet,' zeg ik, 'doe maar gewoon van je eigen geld.'
'Maar mam, ik vind het zo lief als ik het van jóu krijg.'