vrijdag 27 november 2009

over pompoensoep en de voorstelling (2)

Het verheugt mij ten zeerste u allen vanaf deze plek te kunnen meedelen dat zowel de pompoensoep als de voorstelling positieve reacties heeft opgeleverd.
Ik dank iedereen die innig met mij heeft meegeleefd uit de grond van mijn hart.
Rest mij niets anders dan dankbaar te zijn. Dankbaar voor het gewas en dankbaar voor hen die het mogelijk hebben gemaakt om soep en voorstelling tot een goed einde te brengen.
Nóg zie ik de slobberende monden, de lachende gezichten.
Toch ben ik bijzonder blij dat het allemaal achter de rug is, temeer daar ik mijn volledige aandacht nu kan richten op de aankomende sinterklaasviering.
't Heerlijk avondje staat er namelijk aan te komen...

woensdag 25 november 2009

over pompoensoep en een voorstelling

Ooit ben ik gestopt met toneelspelen omdat ik de zenuwen vooraf niet op vond wegen tegen de kick van het spelen achteraf.
Morgen is het echter weer zover.
Dan ga ik tóch weer spelen voor zo'n 400 kindertjes van 6 en 7 jaar.
Ik speel Lisa, de hoofdpersoon uit mijn boek niet meer alleen .
Samen met een klassiek geschoolde zangeres en een werkelijk hele goede gitariste brengen we een familievoorstelling van 45 minuten met zang, spel en muziek.
Ik dacht dat ik inmiddels wel over de zenuwen heen zou zijn gegroeid, maar niets is minder waar. Ik merk dat ik een beetje misselijk ben, en ergens in de verte heb ik buikpijn. Maar misschien komt dat ook omdat ik net pompoensoep heb gemaakt, voor het eerst in mijn leven. Ik zie er eerlijk gezegd nogal tegenop het straks naar binnen te lepelen. Ik bedoel, pompoen. Oranje pompoen. Normaal gesproken laat ik die dingen gewoon rotten bij de voordeur, maar nu heb ik er soep van gemaakt.
Dus.
Soep.
Pompoensoep.
Knaloranje soepje.
Met een beetje room en een struikje peterselie.
Ik hoop dat het goed gaat allemaal: de pompoensoep, evenals de voorstelling.
Vanavond om 22.30 uur licht inhangen en decortje bouwen, dan even slapen en morgen om 7 uur op weg naar iets waarvan ik gedacht had het nooit meer te zullen doen.
Life's strange...

RAZEND OP DE KPN

We zijn al een week of drie zonder internet thuis. En zonder telefoon. Bijzonder vervelend allemaal. Het is begonnen met het veranderen van het abonnement. Dat was te duur en het kon goedkoper, dus ja, dat wilden we even regelen.
Met de KPN.
Ja, echt.
Niet wetende dat er eigenlijk niets te regelen vált met de KPN.
Ja, natuurlijk hadden we wel eens horrorverhalen gehoord, maar och, toe, kom op, hee, wij zijn positieve mensen, dus dat zou ons niet gebeuren.

Welnu, we zijn drie weken verder en er is van alles veranderd. Onze telefoonlijn is dood, we hebben geen internet meer en onze e-mailadressen zijn weggeflikkerd.
Alles waar we níet om hebben gevraagd hebben we gekregen, en alles waar we wél om hebben gevraagd, wordt niet begrepen of volkomen om zeep geholpen.
Inmiddels hebben we al een bos bloemen gekregen van de KPN, maar ja, daar heb je nog geen internet mee, hè. Bovendien zijn we inmiddels zo ver dat wij, rasoptimisten van nature, die hele bos dolgraag steeltje voor steeltje in zouden willen brengen op een donker plekje bij enkele medewerkers van de KPN. Niks persoonlijks hoor, iedereen is er reuzeaardig, maar helpen ho maar.
Om gék van te worden.

Natuurlijk snappen ze bij de KPN onze wanhoop.
'Heel begrijpelijk dat u boos bent, meneer en mevrouw, natuurlijk, u heeft groot gelijk. We gaan het helemaal goed maken voor u. U krijgt 150 euro schadevergoeding van ons, en korting op de eerstvolgende rekening, en een dongel en dat gaan we allemaal noteren in onze computer. Wij gaan lekker voor u zorgen, meneer en mevrouw, het komt allemaal helemaal goed, echt, vertrouw er nou maar op, het komt echt heus waar allemaal he-le-maal goed.'

Nou, het komt helemaal nooit meer goed, vrees ik.
Razend ben ik.
Razend is ook vriendlief.

Hierbij timmer ik de KPN aan de schandpaal.
God, wat een gepruts daar.
Ik heb er geen goed woord meer voor over!
Stelletje sukkels!

maandag 23 november 2009

HET WIL MAAR NIET LUKKEN MET DIE ZONDAGEN

Wéér een hele zondag naar de bliksem, potverdrie.
Het wil maar niet lukken met die rotzondag.
We waren heus leuk en vol goede moed begonnen, maar om 12 uur belandden we in een discussie die niet meer te handhaven bleek. Het liep uit op tranen, geschreeuw, gegooi met deuren en uiteindelijk tot een lange dag en nacht alleen. God, wat een gezeik. Er gaat iets helemaal niet goed hier.
Ik weet niet meer hoe het moet met die zondagen, hoor. Tegen afspraken op zondag kan ik eigenlijk niet, maar tegen leegte en lamlendigheid ook niet. We moeten de gulden middenweg zien te vinden, maar welke kaart ik ook voor m'n neus hou, nergens staat die gulden middenweg vermeld.
Ik haat ze, ik haat ze, ik haat ze, die rrrrotzondagen!

vrijdag 20 november 2009

ARMOE

Vandaag zag ik een mevrouw rondscharrelen op straat. Ze rommelde in diverse papierbakken die aan de straat stonden. Ik stopte wat weggewaaide rekeningen en oude folders terug in onze bak, want ja, herfst hè, er waait nogal eens wat weg.
De mevrouw kwam naar me toe en vroeg me of ik het AD las.
'Nee,' zei ik.
'Jammer,' zei ze, 'ik zoek AD's, want daar staan bonnen voor het concert van K3 in.'
Ze ging door naar de volgende bak en dook er in, rommelend, graaiend, zoekend.
Zo ziet armoede er uit, realiseerde ik me met een schok, dat je op de fiets de stad doorkruist, dat iedereen je ziet grabbelen in de bakken, op zoek naar een beetje korting voor een concert van de meisjes van K3.

zondag 15 november 2009

LAMLENDIGE ZONDAG

Regen, wind, verveling.
Opruimen, wachten op niks.
Schrijven, ja, maar wát dan,
lezen, nee, geen zin,
val vast in slaap,
zware ogen en
leren ammehoela.
Mailen, filmpje kijken, schilderen?
Alles is niks aan.
Niks, niks aan.

Zucht.

Appeltaart in de oven,
hachee op het vuur,
wel of niet naar buiten,
ja of nee, of toch of niet.

woensdag 11 november 2009

DERTIEN


We zaten aan tafel een kopje thee te drinken met een lekker bakje pepernoten erbij.
Ik had net zo'n pepernootje in mijn mond, toen dochter van 13 het gesprek overnam.
Ze vertelde dat er meiden op school waren die beha's aan hadden met allemaal van die banden en ringetjes er aan.
'Da's van Marlies Dekkers, schat,' slobberde ik.
'Echt belachelijk,' zei ze. 'En dan heeft een meisje van school een superlaag shirtje aan, mam, en dan komen al die banden en ringen tevoorschijn, van links naar rechts en overdwars en om d'r nek. Jemig hee, ze lijkt wel een bouwplaats met al die steigers boven d'r tiet.'
Ik verslikte me bijna in mijn thee, maar ze trok zich er niets van aan en ging nog even door. 'En we hebben ook een leraar, mam, die vent is echt sneu hoor. Een viezerd is het. Als hij uitlegt, staat ie altijd helemaal krom over de tafel, alsof ie anaal genomen wordt.'
'Toen ik zo oud was als jij, wist ik niet eens wat anaal was,' zei ik enigszins aangedaan.
'Nee?' zei ze verbaasd, 'echt niet mam? Jemig hee, wat sneu.'
'Och,' prevelde ik.
'Dat weet broertje zelfs, en die is pas tien.'
'Echt waar?' schrok ik. 'Hoe komt het dan dat ie dat weet?'
'Gewoon. Hij weet zelfs wat vingeren is, hoor.'
Ik verschoot van kleur, dat begrijpt u.
'Moest ik zelf eens van je uitleggen. Weet je dat niet meer?'
'Nee,' smiespelde ik.
'Dat was toen papa zei dat broertje moest stoppen met de kaars te vingeren. Toen schoten wij allemaal in de lach. Jij ook. En toen vroeg die kleine waarom wij allemaal moesten lachen, maar jij wilde dat niet vertellen. Jij zei dat ie dat maar aan zijn zussen moest vragen.'
'En heb jullie dat gedaan dan?' vroeg ik.
'Tuurlijk. Grote zus wou het niet doen. En ja, iemand moet het doen, he. Allemaal geleerd van die en die toen we op vakantie waren, met de boot. Op Schier, weet je nog?'
'God, kind, toen was je elf!'
'Ja.'
'Vreselijk,' mompelde ik.
'Och,' zei ze. 'Nou, ik ga naar bed hoor. Ik ben keimoe. Komt van die chiropractor met al z'n gekraak. Jemig hee, hoorde je me kraken, mam?'
'Ja, kind, ik heb het gehoord.'
'Ik ga nog even duitse woordjes stampen. Weet je trouwens dat broertje niet eens weet wat stampen is? Hij denkt dat je dan met je voeten op de grond moet stampen tijdens het leren.'
Dertien is ze.
Een kind nog.
Weet alles, doet nog niets.
Godzijdank!

dinsdag 10 november 2009

ZURE APPEL

En kan ik nu een film schrijven?
Wel ja, natuurlijk kan ik nu een film schrijven.
Appeltje, eitje.
ALs ik het goed begrepen heb, is het enkel een kwestie van iets unieks verzinnen.
Als je dat hebt gedaan, moet je zorgen dat het hele verhaaltje klopt en dat je geen losse eindjes laat liggen.
Dan schrijf je het en vervolgens hoef je alleen nog maar op zoek te gaan naar een producer, geld en mogelijkheden.
Zoals ik al zei: appeltje, eitje dus.