donderdag 30 juni 2011

tussendoortje

Vandaag wil ik een toneelstuk schrijven en morgen moet het af.
Of in ieder geval, dit weekend.

Haha.

Dat kan dus nooit.
Dat kan van zijn levensdagen nooit.
Dus.

Nou.
Ja.
Dus.
Moet ik het daarom maar laten?

Nee.
Nee, natuurlijk niet!
Ik ben er gewoon aan begonnen vandaag en zie wel waar het schip strandt.
Ik doe wel vaker meerdere dingen tegelijk.
Niet dat al die dingen dan allemaal goed gaan, maar dat kan me niet zoveel schelen.
Ik mag liever iéts doen, dan helemaal niets doen.
Van niets doen word ik altijd een beetje raar.
Raaarrrrrrr.
Rrrrraaaaaaarrrrrrrr.

dinsdag 28 juni 2011

en, en, en

Pas toen ik achterom keek, zag ik hoe mooi het eigenlijk was.
Daar, daarginder op dat water, onder die lucht, met die prachtige zon, vaarden we met ons gezin zomaar twee uurtjes in het rond. Nee, niet in het rond, we deden geen rondjes, we deden rechte lijnen geloof ik. En de kinderen zwommen, hingen aan een touw en gilden van het wier dat langs hun benen sliertte. We zagen een zwanenpaar met jongen, en een coole reiger, visten veren uit het natte nat, en Jongste was eindelijk een keer niet bang, en de Kale memoreerde onze eerste ontmoeting 18 jaar en 1 dag geleden (ai, dat was ik even helemaal vergeten), er werd een weddenschap verloren omdat de Kale net niet in één slag de haven haalde, ach, wat was het mooi en warm en veilig en heerlijk en, en, en.

donderdag 23 juni 2011

Beroerd tot op het bot

Als je tijd hebt, klik dan hier even op, en neem de tijd om te luisteren.
Het nummer duurt 5 minuten, en ik heb geen idee of het je beroert of niet.
Mij wel.
Ik heb er van gehuild.
Ik zat op de tribune in de manege in Hoorn en keek naar Johanna ter Steege die speelde in Hiroshima mon amour, naar het gelijknamige boek van Marguerita Duras. Hierin vertelt ze over een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in slechts 24 uur. Via deze liefde komt ze terecht in haar jeugd en komt er nog een ander verhaal op de proppen, namelijk dat van een wreed verloren liefde in oorlogstijd.

Het was een prachtige voorstelling, filmisch bijna, wat ook niet zo verwonderlijk is, want zo schijnt het boek ook geschreven te zijn. ( Ik heb het niet gelezen, wat beslist een minpuntje van me is, want het schijnt een klassieker te zijn. Ai, niet zo netjes.)
Je moet echt een topactrice zijn om de spanning vast weten te houden, en Johanna is daar wat mij betreft voortreffelijk in geslaagd.
De regisseur van het stuk heeft het aangedurfd om ruim drie minuten van bovenstaand nummer te laten horen, waarin Johanna alleen maar de bak uitliep, maar dat zó vol gedachten en gevuld van stil spel deed, dat ik er kippenvel en tranen van kreeg.
Misschien werkt het bij u niet, misschien wordt u er moe van of vindt u het te langdradig.
Kan.
Zal mij een biet zijn, eigenlijk.
Ik vond het mooi, wát zeg ik, prachtig. Prachtig dramatisch en verdrietig, vol heimwee en verlangen.
Voor mij zat een man te knikkebollen. Die heeft het allemaal gemist. De sukkel. Die had duidelijk geen verstand van toneel. Zonde.
Een gok was het wel, dat hele lange nummer met alleen maar lopen.
Maar mén, wat was dat mooi, dat lopen. Als in een film, maar dan zonder ondertiteling en flitsende beelden. Alleen maar dat lopen in die lange beige regenjas, stap voor stap, dwars door de pijn, op weg naar vergeten en heimwee, naar verlangen en verbeten doorgaan.
Echt helemaal TOP!

TIP: vanavond om 19.05 uur op Ned. 2 gaat Kitty Courbois in OPIUM in gesprek met Johanna ter Steege over deze voorstelling. Gaat dat zien.

donderdag 16 juni 2011

dinsdag ben ik er weer

Het komt met bakken uit de lucht en wie staat er uit de enorme puinbak op zolder naar een tentje te vissen en propt tegen beter weten in een bikini in haar tas? Juist ja.
Ik.
Ze gaat namelijk een paar dagen kamperen met de Kale.
Ze gaat namelijk naar Oerol.
Ze heeft namelijk al kaartjes voor allerlei voorstellingen.
Dat kostte haar een vermogen, dus ze móet wel.
Jaaaa, ze moet.
Ze gaat, want ze moet.
Dus.
Heeft ze maffe poncho's gekocht bij de Action, een paar paraplu's, 2 matjes die op het natte gras hun dienst zullen gaan bewijzen en een pak hagelslag.
Dus komt het allemaal wel goed.
O ja, en laarzen, die moeten ook maar mee.
Lijkt me wel handig als we sopperdesop over dat eiland zwalken.
Kom ook, kom allemaal ook.
Kom allemaal mee en laten we genieten van alles om ons heen.
Laten we genieten van elkaar, van het eiland, van dat wat is.
Doen?
Doen!

woensdag 15 juni 2011

duistere dingen

Vanavond is het volle maan en bovendien is er nog een maansverduistering ook. Er zijn krachten aan het werk waar ik even niets over te zeggen heb. In plaats van bloemen zie ik beton, mopper ik op alles wat me voor de voeten komt en is er eigenlijk geen land met me te bezeilen. Als ik de moeder zou zijn van mij, zou ik me misschien wel terug naar bed sturen of vragen hoe ik zou kunnen helpen, en als ik dat alsmaar niet zou weten, zou ik me achter m'n fiets zetten, bloemen voor me plukken, limonade met me drinken in het hoge gras en lieve liedjes zingen in m'n oor.
Maar.
Ik ben niet mijn moeder.
Dus.
Zit ik niet in het gras, ben ik niet waar ik wezen wil, drink ik geen limonade en zit ik behoorlijk te sippen in mijn eentje. Mijn mail doet het niet, de zon gaat weg, en ik zou vandaag dingen willen doen waar ik later vast weer heel veel spijt van krijg.
Dus.
Is het 't beste te blijven zitten waar ik zit, en vanavond een joekel van een toverspreuk te vinden om het tij ten goede te keren.

maandag 13 juni 2011

pak me dan, als je kan

Dat je niet weet wat je moet doen omdat er te veel is om te doen. Dat je de ochtend bent begonnen met Stravinsky, maar halverwege naar buiten bent gelopen en de muziek hebt gelaten voor wat ie was. Dat je je vest uit deed omdat het buiten aangenamer was dan je had verwacht. Dat je vier uur lang in mogelijkheden hebt gedacht, als, als, als, dat je een wasje hing, een telefoontje pleegde. Dat je de wekelijkse bijdrage van Wim de Jong (Volkskrant) voor 's Mans neus legde met het vriendelijke doch dringende verzoek het eens te lezen, dat je foto's hebt gekeken die je al duizend keer hebt gezien, dat je een kopje koffie met opgeschuimde melk opslobberde.
Dat je onrust in de benen had, maar toch niet ging fietsen, dat je zuchtte omdat niet jíj de dag te pakken kreeg, maar hij jou.

vrijdag 10 juni 2011

alvast excuses voor dit nutteloze oponthoud

Ik moest in bad, want er lag een tijdschrift op de pianoklep.
Wij donderen de post altijd op de pianoklep. Dat ding zit altijd dicht, want niemand speelt er eigenlijk op, behalve een vriendin van Dochter die ons soms in tussenuren komt verblijden met haar prachtige pianospel. Speciaal voor haar laat ik 'm stemmen trouwens, maar dat terzijde.
Terug naar de piano.
De klep.
Nee, de post, bedoel ik.
Er lag een tijdschrift, dus moest ik die avond in bad.
Want tijdschriften lees ik het liefst in bad. Ik ben op maar 1 tijdschrift geabonneerd en die komt eens per 2 maanden, dus het valt allemaal nog wel mee met dat gebadder van mij.
Maar wat ik nou wilde schrijven, is dat 't eigenlijk een rare zin is: ik moest in bad, want er lag een tijdschrift op de pianoklep. Voor mij klinkt het één in combinatie met het ander, volkomen logisch, maar voor ieder ander zal het wel even zoeken zijn naar de logica. Dus leg ik het even uit.
Verder niets.
Maar.
't Is eigenlijk niet belangrijk.
Ik had er net zo goed niet over kunnen schrijven.
Maar ja, nu heb ik 't al gedaan.
Sorry.
Sorry voor dit nutteloze oponthoud.

donderdag 9 juni 2011

momentopname

Ja.
Dus.
En dan trek ik me opeens het onrecht van de wereld zo vreselijk aan.
Dan kijk ik naar documentaires over verslaafde en dakloze jongeren in een meer dan koud Rusland, naar honderden gravende mensen in Madagascar die voor minder dan een euro per dag op zoek zijn naar saffieren, en hoor ik van Ketut uit Ubud dat hij elke dag maar weer moet afwachten of er iets te verdienen valt. Geen opleiding, geen geld, geen baan, geen toekomst, maar wel verantwoordelijkheden voor een gezin dat moet eten.
Dat zijn momenten die ik voel tot in mijn tenen.
Dat zijn momenten waarop ik de hele kapitalistische wereld zou willen verbeteren. Veranderen. Dat zijn de momenten waarop ik langer kijk naar foto's van mensen die zich inzetten voor goede zaken. Greenpeace, Terre des Hommes, Warchild, Unicef, vrijwilligers in derde wereldlanden, straatwerkers, noem maar op, ik geef maar even een willekeurige opsomming.
Dan sta ik opeens tegen m'n kinderen te razen en ga ik uit mijn dak als ze water verspillen of de lichten aan laten staan, dan bewaar ik opeens alle etensrestjes en oude boterhammen en vind ik dat we ze op moeten eten, ook al hou ik daar niet van en krijg ik het zelf niet eens voor mekaar om aan kliekjesdag te doen, dan ben ik boos op alles en iedereen, inclusief mezelf, omdat we alsmaar meer willen hebben terwijl we eigenlijk al zo verschrikkelijk veel van alles hebben hier in Europa.
Dat zijn momenten waarop ik me machteloos voel, waarop ik even niet weet hoe ik het verschil kan maken.
Dat zijn momenten waarop ik wou dat het anders was.
Anders en beter voor iedereen.
Ik een beetje minder en zij een beetje meer.
'Maar het voelt als een druppel op een gloeiende plaat, mama,' zei Dochter, die schrok van mijn felle betoog.
'Ja,' zei ik, 'dat herken ik. Zo voelt het ook. Maar ieder druppeltje is er één.'
Maar terwijl ik het zeg, twijfel ik er aan. Want ik weet niet of het uitmaakt. Ik weet niet of druppeltjes op een gloeiende plaat kunnen blijven liggen. Misschien verdampen ze wel waar je bij staat.

woensdag 1 juni 2011

something magic is going on

Ik verslind alles als 't over Bali gaat, dus keek ik gisteren op uitzending gemist naar 'op zoek naar geluk'.
Nu ben ik niet echt geïnteresseerd in de verhalen van de mensen die daarin gevolgd worden, maar ik neem alles voor lief als ik daarmee weer een beetje terug kan gaan naar dat overweldigende gevoel dat me overkwam daar in dat verre Bali. Mensen, ik kon de tv wel opvreten. En nu weet ik dat ik weer terug wil. Ga.
Ik heb nog dingen te doen daar, nog dingen te ondergaan. Het verhaal is nog niet afgelopen, ik zit in iets dat groter is dan mezelf. Klinkt raar, maar als ik mijn atelier in mijn droomwereld zit, geloof ik er heilig in. Thuis, met de voeten op de grond, achter het fornuis, is het moeilijk om het te blijven geloven, maar hier, in mijn droomwereld is alles mogelijk. En het gekke is dat ik niet de enige ben die het voelt. De illustratrice, die deze weken heel hard werkt om het boek te voorzien van illustraties, gelooft het ook. Ook zij voelt dat er iets gaande is dat groter is dan ons, groter dan het verstand, de aardappels en de was. 
Something magic is going on.
Onbegrijpelijk en eng om te geloven.
Maar toch.
Toch doe ik het.
Ik wens te blijven geloven in het magische, in iets dat stuurt, dat regelt en zorgt. Ik kan het niet uitleggen.
Het enige wat ik kan doen is volgen en doorgaan. Doorgaan met verzinnen, voelen, creëren, doorgaan met vertrouwen.