dinsdag 31 maart 2009

NA GEDANE ARBEID IS HET SLECHT RUSTEN...

Een lastig onderdeel van het schrijverschap is het opbrengen van geduld. Zo vind ik het bijvoorbeeld bijzonder moeilijk om te wachten op Het Oordeel van de Grote Baas, hierna gemakshalve de uitgever genoemd.
Na het inleveren van je manuscript begint het duimendraaien en hoe langer het duurt voor je antwoord krijgt, hoe zenuwachtiger je wordt. Je kunt, om de tijd te doden, allerlei dingetjes gaan doen, zoals tuinieren, tafels mozaieken, de topspin oefenen of buikspieren gaan kweken, maar het helpt allemaal net niet echt. Het blijft maar door je hoofd spoken: is het bagger of kun je door naar de volgende ronde, dat wil zeggen, de redactie en het tekenen van een contract. Want zo is het óók nog eens een keer: ik krijgt pas ná goedkeuring van het manuscript een contract van de uitgever. De mogelijkheid bestaat dus dat ik me helemaal voor noppes in een kramp hebt zitten tikken.
Niet dat ik daar rekening mee hou hoor, maar het is frappant hoe snel ik eigenlijk van rustige zekerheid naar ongeduld en twijfel donder.
Werkpuntje dus!

maandag 30 maart 2009

PIEPEN

Ik zit het naar bed gaan nog even uit te stellen.
Bijna middernacht, het zou fijn zijn als ik er al in zou liggen.
Maar ik lig er niet al in, ik zit beneden op een bank.
Een bank die ik gekocht heb ergens in december 2008 en die bank zat in een hele grote doos zat waarin Jongste Zoon sinds die tijd slaapt. Hij heeft het helemaal tot zijn eigen slaapdoos gemaakt, met stickers op de wand en knuffels op de kussens,
maar dat wou ik allemaal eigenlijk helemaal niet vertellen, ik wou vertellen dat ik op die bank zit en dat mijn oren piepen en dat ik dat opeens weer opmerkte.
Mijn oren piepen eigenlijk altijd, maar ik heb geleerd er niet al te veel aandacht aan te besteden, anders wordt het zo lastig allemaal. En toen dacht ik opeens, goh, soms piep ik zelf nog harder dan mijn oren. Dat komt zo, ik had een ieniemienie sneetje in mijn vinger en daar piepte ik nogal over. Achteraf bekeken heb ik er te hard en te veel over gepiept, want het was een sneetje van niks en na tien minuten was ik dat hele sneetje alweer vergeten. Maar toch heb ik gepiept als een kuiken, zo eentje dat net geboren is en zich afvraagt waar de moeder is.
Nah ja, ik geloof dat ik maar beter naar bed kan gaan.
Dit wordt niks, dit verhaaltje. Ik kom nergens op uit, ik heb geen clou, geen verrassing, geen conclusie, geen grap, geen grol, geen grijns en ik kom niet waar ik wezen wil, áls ik uberhaupt als ergens wezen wil.
Een hoop gepiep om niks, dus, en een verhaaltje is het eigenlijk ook niet waard.
Ik ga maar beter slapen...

zaterdag 28 maart 2009

VANUIT HET NIETS

De hele middag al zit ik voor mijn lol te schrijven.
Ik heb geen idee waar ik mee bezig ben, maar de toon en het ritme bevallen me wel.
Wordt het een boek, waar gaat het over, hoe lang wordt het, echt, ik heb geen flauw benul van waar ik eigenlijk mee bezig ben. Het is een stroom, het moet er uit, het is werken, het is genieten en het is moeilijk.
Omdat het anders is,
anders dan anders en
helemaal niemand zit er op te wachten.
Vrij werk, zomaar,
uit het niets.
Heerlijk!

vrijdag 27 maart 2009

IK ZOEK EEN WOORD

Vraagje: weet iemand het woord voor het klappen van bubbeltjesplastic?

woensdag 25 maart 2009

DUBBELOP

Ik zag mijn oude en nieuwe fiets naast elkaar in de tuin staan en dacht, goh, ik ben dubbelop thuis. Toen pakte ik een snack-a-jack (kaas) en wist ik niet of ik er 1 of 2 moest nemen.

maandag 23 maart 2009

NOG EEN KEER DAT HELE GOEDE BOEK

De eenzaamheid van de priemgetallen.
Paolo Giordano.
Prachtig boek.
Geprobeerd langzaam te lezen, maar dat halverwege opgegeven.
Letters verslonden, verhaal geabsorbeerd, liggend op de bank, kussen onder het hoofd, omgeving vergeten.
Eindelijk, eindelijk weer eens een echt goed boek!!
Prachtig geschreven, meeslepend verhaal, maar o zo triest.
Hoe het verleden vat heeft op wie je bent en wat je wordt, waarom je doet zoals je doet en waarom het lijkt alsof het niet anders kan...
Als deze Paolo weer een boek gaat schrijven, wil ik 'm hebben.
Acuut!

OVER POLLEN EN NIEZEN

Het regent. Ik zie witte bolletjes uit de lucht vallen.
Het lijkt wel sneeuw, maar dat vind ik raar want gisteren leek het nog lente, dus denk ik dat het pollen zijn. Dan zijn het wel hele grote pollen, pollen zo groot als sneeuwvlokken.
Dat worden hele niespartijen voor de allergische mensen onder ons.
Het schijnt vermoeiend te zijn om twintig keer achter elkaar te niezen heb ik gisteren gehoord. Je kunt er spierpijn van krijgen en/of duizelig van worden.
Voor de toehoorder is het ook niet makkelijk, als iemand twintig keer niest.
Die wordt er kriebelig van, ondanks dat het zielig voor de niezer is.
Ik ben niet zo'n niezer, alleen als de zon in mijn neus schijnt of als ik met de punt van een zakdoek in mijn neus kriebel. Dan nies ik. Vol overgave. Hard.
Misschien wel twintig kilometer per uur. Of mischien wel dertig. Of gewoon maar vijf. Weet ik veel. Het doet het er ook niet toe hoe hard je niest. Je niest of je niest niet.

LOLLY OF SIGARET

Er fietst een mevrouw over het plein.
Ze heeft een wit stokje in haar mond.
Is het een lolly of een sigaret, dacht ik, en toen zag ik er rook uit komen.
Een sigaret dus.

vrijdag 20 maart 2009

NIEUWE FIETS

Wat een jolijt!
Ze heeft een nieuwe fiets.
In het ene handvat de versnelling en in het andere de bel.
Paar mooie fietstassen er aan, met hengsel.
Pakken melk erin, chips, nootjes, wijn en aspirine.
Bloemetje aan het stuur gefrut en het is helemaal mijn fiets.
Heb al een paar rondjes gereden en hem aan de buren laten zien.
'Kijk eens, ik heb een nieuwe fiets.'
Eén buurvrouw vroeg waaraan ik dat te danken had en de andere wilde me even zien fietsen.
Prachtig vind ik 'm.
En dan te bedenken dat ik 'm eerst niet wilde...
Niet nodig, ik heb er nog één, ik red me toch,
dat soort dingen zei ik al een paar jaar.
Maar vriendlief vond het nodig,
want op mijn oude fiets had ik altijd wind tegen, zei hij.

BRUINVIS EVERT

'Hier,' zei ze, 'pak vast.'
Ik slikte.
Aarzelend bracht ik mijn hand naar voren.
Ik kreeg een visje aangereikt.
Zacht, glibberig, ik kon hem zelfs een beetje indrukken.
'Nu je hand in het water doen en dan komt Evert 'm wel halen. Hij bijt niet.'
En Evert kwam.
Heel rustig hapte hij het visje uit mijn hand.
Zonder bijten inderdaad.
En daarna moest het nog een keer.
Toen was het op en stonk mijn hand een tijdje naar vis.
Ik dacht, dat is een prima oplossing voor m'n nagelbijten.
Want visnagels lust ik niet.

donderdag 19 maart 2009

B(R)EETJE DRUK

Al een paar keer voor niks hierheen gesurfd?
Klopt!
Dat komt, ik heb steeds maar geen tijd. Ben in een paar boeken gedoken (om te lezen)en met een paar bedoel ik dan meteen een stuk of zeven, of meer. Drie op een dag is niks. Dat zijn dan wel kinderboeken, maar ook heus gewoon volwassen literatuur. Die van dat eenzame priemgetal, die lees ik nu. Heb het lekkerst voor het laatst bewaard, zeg maar. Het is een boek van Giordano, en buiten dat het een geweldig lekker ding is, kan die man nog prachtig schrijven ook. Fantastisch hoe hij me zijn verhaal in weet te trekken. Hij doet ook iets raars met de leestekens, zet zinnen niet tussen aanhalingstekens bijvoorbeeld.
Behalve lezen doe ik nog heel veel meer. Zo ben ik in blinde onwetendheid begonnen met het afbikken van de betonnen tuintafel met de bedoeling er iets geheel nieuws op te mozaieken. Gekkenwerk! Keizwaar en behoorlijk tijdrovend. En de tuin, die neem ik ook onderhanden. Stukje voor stukje ga ik de pluimen te lijf en kortwiek ik de uit de kluiten gegroeide planten en struiken. Gekkenwerk om dat in mijn eentje te doen, dus af en toe pak ik een kind bij zijn of haar lurven en dwing ik die me te helpen. Nú of anders geen eten, dreig ik dan.
En verder werk ik aan een kinderboek voor kinderen die moeite hebben met lezen. Dat is alweer bijna klaar, althans, het einde komt in zicht.
En daaromheen ben ik 24 uur per dag telefonisch én praktisch bereikbaar voor baby's die op het punt staan geboren te worden en gestrande bruinvissen. Dat lijkt misschien een aparte combinatie, en dat is het eigenlijk ook wel. Die baby's doe ik omdat ik ga kijken of het misschien iets voor me is om als partusassistente te werken en die bruinvissen hebben alles te maken met mijn volgende te schrijven kinderboek. Dusss, Breet verveelt zich niet. Haar hele agenda staat vol met allerhande afspraken en to-do-lijstjes, en verder doet ze spastisch met haar mobiel. Zelfs als ze op de wc zit, neemt ze 'm mee. Die Breet, die doet dus druk. Dat u dat maar even weet.

donderdag 12 maart 2009

ZIN OM TE LEZEN

Zojuist aangeschaft: de eenzaamheid van de priemgetallen, door Paolo Giordano. En het boekenweekgeschenk gekregen natuurlijk. 't Zal mij benieuwen.
Erg veel zin om er in te beginnen, maar eerst nog werken. Lessen voorbereiden, huiswerk nakijken, misschien zelf nog wat schrijven als er tijd over is.
En o wat heb ik zin in lekker weer...

woensdag 11 maart 2009

SPOOKS



Bijna middernacht.
Spoken vliegen door mijn hoofd in plaats van door de kamer. Niet als witte schimmen, maar als duizenden gedachten: die nog een kaartje sturen, dat nog doen, niet vergeten te bellen om dat ene te regelen, wat te doen met de lente, wat moet ik morgen eten, welke muziek zal ik luisteren, zal ik kunnen slapen, hoe oud word ik, blijven de kinderen en vriendlief gezond, hoe lang duurt geluk, wat is de kleur van overgave, waar gaan we heen met vakantie, waar gaat mijn volgende boek over, zal ik nog wat drinken, doe ik er goed aan om de zorg weer in te gaan, loop ik ergens voor weg of ga ik juist iets aan, ben ik wel lief genoeg, doe ik het wel goed, wie is er allemaal nog over als ik doodga, waarom denk
ik dat ik 86 word, ga ik ooit nog vis eten, durf ik insecten te proeven, wat te doen met de schutting, krijg ik die betonnen tafel ooit nog egaal, is mijn telefoon opgeladen...
Spoken, zo noem ik ze.
Omdat ze niet te vatten zijn.
Ze glippen me door de vingers, net als de tijd.
Waarom is er geen horloge dat de tijd vangt in plaats van hem verder te laten gaan.
Is er iemand die een goed boek voor me heeft?
Ik wil slapen, en ik kan pas slapen als ik een goed boek heb. Niets zo lekker als in mijn bedje liggen met een goed boek en lezen tot mijn leden erbij neervallen. Ik heb dringend behoefte aan literatuur. Het is boekenweek, misschien morgen maar naar de winkel, dan heb ik er twee voor de prijs van één...

maandag 9 maart 2009

TULP



Lente in een vaasje
groene steel en rode knop
voeten in het water
op weg naar hogerop.

EPILEPSIELICHT

Ik heb een flikkerlicht in de gang
Knipper aan
knipper uit
knipper zus
knipper zo.
Elke seconde flikkert ie.
Nog even
dan
flikker ik 'm van het plafond af,
met een schaar
of met een stok
of ik ga heel hard bidden
dat ie alstu-alstublieft kapot mag gaan
liever nu dan morgen.
Stom
dom
irri irri
epilepsielicht!

OP DE TOP

Boven op de toppen
van de golven
kwam ik
en zag ik
jou
en meeuwen
en brood
en toen zei een stem
door een grote toeter
dat de meeuwen niet gevoerd mochten worden.
Boeien, dacht ik.

maandag 2 maart 2009

NIET ZO'N MOOIE MARGRIET

In het muZIEum in Nijmegen...

En toen was het donker.
Pikkedonker.
Mijn hart ging als een idioot tekeer, ik moest echt mijn best doen niet in paniek te raken. Kom op Margriet, dacht ik, het is maar voor een uurtje, straks kun je alles weer zien, straks is er weer licht. Ik stond met mijn rug tegen een muur in een studeerkamer en durfde me nauwelijks te verroeren. De rest van het gezin stond naast me, althans, dat werd gezegd en dat kon ik ook wel horen.
'Ik vind dit doodeng,' prevelde dochterlief.
'Ik ook,' zei ik, bijna jankend.
Onze leidster stelde zichzelf voor. 'Kom nu allemaal naar mijn stem,' zei ze. Het klonk als een bevel en ik wilde niets liever dan die stem onmiddellijk vinden. Op de tast, met een blindegeleide stok voor me uit tikkend, schuifelde ik voetje voor voetje vooruit. Dwars door de diepste duisternis ooit. Mijn God, ik heb het nog nooit zo donker gezien. Zwart was echt zwart, ik wist niet of ik mijn ogen open moest houden of niet. Openhouden had geen zin, maar dichthouden ook niet. Niets had zin volgens mij, niets behalve doorgaan met ademhalen. Volkomen gedesorienteerd zocht ik onze leidster. Ik vond haar en was als een kind zo blij dat ze mijn hand pakte. Warme, zachte handen had ze, handen die me zekerheid geven in die vreemde, angstaaanjagend donkere wereld. Contact!
Ze leidde ons rond, nam ons mee naar buiten, naar de markt, liet ons oversteken op een drukke weg en liet ons ons eigen drinken betalen in een café.
De duisternis wende niet, maar onze leidster wel.
Ze was fijn, mooi en zeker, ze was geweldig, ik had voor geen goud een ander willen hebben.
Na een uur was het klaar.
Toen was er eindelijk licht.
En toen zag ik haar. Onze blinde leidster met de zachte, warme handen. Het was een moment om nooit te vergeten. Beschamend en confronterend. Ik, die altijd pretendeer geen vooroordeel te hebben, ik, die zeg dat het me altijd om het innerlijk gaat, ik zag haar en ik schrok. Ik schrok van hoe ze er uit zag. Ze was kleiner dan gedacht, ze was zo anders dan ik me had voorgesteld. Ze viel me, eerlijk gezegd, nogal tegen. Daar schrok ik van. Daar schrok ik ongelooflijk van. Ik werd boos op mezelf, moest hard aan het werk om beeld en gevoel weer bij elkaar te krijgen.
Wat vreselijk, dacht ik, wat is dit vreselijk. Ik wou dat ik haar nooit met mijn ogen gezien had, want in mijn duisternis, in mijn hart, was ze zo mooi, zo stoer, zo fantastisch, terwijl ik haar nu zag als iemand die raar deed met haar ogen en zelfs een beetje eng was. Toen ze zich omdraaide en weer verdween in die donkere wereld keek ik haar na en vond ik mezelf behoorlijk gehandicapt. Ik was ziende blind verdorie!


MuZIEum in Nijmegen: klik hier