woensdag 30 september 2009

PAS NA HALF NEGEN

In onze keuken hangt een klok die al sinds de zomervakantie niet verder komt dan half acht en acht uur. De secondenwijzer tikt dapper door en door, maar de grote wijzers trekken zich niets van dat driftig tikkende rode staafje aan en blijven staan waar ze staan, eigenwijs als ze zijn. Tussen half acht en acht uur is het volgens hen, en dat zal zo blijven ook, als ik er niets aan doe.
En doe ik er dan iets aan?
Welnee.
Ik doe precies hetzelfde als die grote wijzers. Ik trek me niets van die secondenwijzer aan. Ik kijk en denk voor de zoveelste honderdduizendste keer in mijn leven: gunst, is 't al tussen half acht en acht uur? Dan mag ik wel opschieten potdorie.

Natuurlijk moet dat klokkie de kliko in.
Hij is aan alle kanten verbogen en vet en vies. De afbeeldingen die er op staan zijn bijna niet meer te zien. Er zit water op en er mist een stukje zijkant tussen de negen en de tien.
Maar hee! We hebben het hier wel over mijn eigen fijne klok, he! Met foto's van de kinderen van minstens tien jaar geleden er op, en, ach, zo schattig, met de acht en de zeven op elkaars plek. Alle kinderen hebben er op leren klokkijken, wat overigens waanzinnig moeilijk voor ze was met die acht en de zeven op de verkeerde plek. Gemopper, geslaag met zweep en karwats, bloed, zweet en tranen heeft dat gekost, en daarna, toen ze het eenmaal snapten, een groot 'oh-zó! gevoel' en een zelfvoldane glimlach.
Dat klokje kan dus eigenlijk de kliko in.
Ja.
Fluitje van een cent.
Deksel open, klokje pakken en één, twee, huppekee, d'r in met dat ding.
Maar nu nog niet.
Misschien ooit, als het half negen wordt...

dinsdag 29 september 2009

NIEUW BOEK: MIJN VADER IS GEEN MOORDENAAR

Mijn vader is geen moordenaar, mijn allernieuwste kinderboek, is vanaf 1 oktober te verkrijgen in de boekhandel.
Korte inhoud: Nienkes vader is als militair in Bosnië geweest. Hij is erg veranderd door de oorlog daar. Nienkes beste vriendin, Radja, komt ook uit Bosnie. Dan, op een dag, mag Radja niet meer met Nienke spelen. Radja noemt Nienkes vader zelfs een moordenaar. Nienke heeft er alles voor over om erachter te komen wat er aan de hand is.


Hoe het boek begint...


De avond voor mijn zevende verjaardag sloot Boris, mijn broertje, zichzelf op in de zolderkast. Mijn moeder zat er op haar knieën voor en schreeuwde dat hij open moest doen. Ik stond vlak achter haar, was hen bezorgd achterna gerend.
'Niet doen, mama, niet zo schreeuwen,' huilde ik. 'Morgen ben ik jarig, alsjeblieft, niet zo schreeuwen.'
'Bemoei je er niet mee,' schreeuwde ze tegen mij. 'Dat rotjong. Ik word knettergek van 'm. Boris, doe open die deur, of je krijgt een pak voor je broek.'
'Nee, mama,' riep ik.
Mijn moeder draaide zich om en duwde me hardhandig weg. Ik viel tegen de deur van Steefs slaapkamer aan. Eerst met mijn rug en toen met mijn elleboog. Toen waren er drie die gilden: Boris, mijn moeder en ik. Steef, mijn broer van twaalf, rukte de deur van zijn slaapkamer open en trok me naar binnen. Hij zette me op zijn bed neer.
'Mijn arm,' brulde ik.
'Laat eens zien,' zei hij.
Ik stroopte mijn mouw omhoog en liet hem mijn elleboog zien. Hij was rood, ik kon hem moeilijk bewegen.
'Niks aan de hand,' zei hij.
'Maar jij bent geen dokter!'
'Wil je naar de dokter?'
'Nee.'
'Nou dan. Hier, neem een dropje.'
Hij hield me zijn droppot voor. Ik koos er een zachte uit, zo'n dopje. 'Hoe moet dat nou met Boris en mama?' vroeg ik terwijl ik over mijn elleboog wreef.
'Komt wel goed,' zei hij.
'Maar dat geschreeuw van hem...'
'Dat houdt hij nooit lang vol. Luister, mama zingt al. Hoor je het?'
Hij deed de deur op een kier. Mama zat op haar knieën en zong door het sleutelgat. Ose wiesewose wiesewalla kristalla en er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot.
Lievelingsliedjes van Boris.
'Ik wou dat papa terugkwam,' zei ik. 'Hij heeft nou wel lang genoeg in die oorlog gezeten.'
'Dat zal nog wel een tijdje duren.'
'Maar morgen ben ik jarig. Een verjaardag zonder vader is geen echte verjaardag.'
'Tuurlijk wel,' zei Steef. 'Je krijgt gewoon cadeautjes. Zal ik de tv voor je aanzetten?'
Iets met auto's was erop. Echt heel stom, niks voor meisjes. Ik ging in de deuropening van Steefs kamer staan en zag nog net dat Boris snikkend de kast uit kwam. Mama nam hem op schoot, gelukkig. Ze hield hem stevig vast, begroef haar gezicht in zijn haren. Ze wiegde hem heen en weer. Er landden zachte zinnen in zijn haar.



Mijn vader is geen moordenaar is een kinderboek uit de serie terugblikken van uitgeverij Delubas.
Dit boek sluit aan bij de tien tijdvakken en de vijftig vensters van de gescheideniscanon van Nederland. (tijdvak 10, venster 47: Srebrenica)
ISBN: 978-90-5300-350-3
Onderwerpen die in dit boek ter sprake komen: Srebrenica, Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS), vriendschap.

vrijdag 25 september 2009

EEN LANGE OF EEN KORTE...

De dikke van Dale zegt dat je met een lange ij schijt, dus wat heeft me bezield om dat met een korte te doen!

SCHRIJVERDS

Gisteravond zijn de lessen creatief schrijven weer begonnen. Altijd een beetje spannend, zo'n eerste avond. Wie zijn er, wat willen ze leren, verzin ik wel de goede dingen voor ze, kom ik alstublieft iets minder chaotisch over, weet ik ze te plezieren, dat soort dingen spelen dan door mijn hoofd.
En gosj, ja, nou ja, het ging wel weer lekker geloof ik. Het blijft een prachtig gezicht om mensen over het papier heen gebogen te zien zitten, vastbesloten de juiste woorden te vangen. Dat lukt niet altijd in één keer. Natuurlijk niet, dat dat in één keer zou lukken is een fabeltje. Schrijven is zweten, nadenken, wachten, proberen, volhouden, krassen, vliegen, genieten. Soms is het een droom, soms een nachtmerrie.
De opdracht was een brief te schrijven aan een schrijver of schrijfster die je op een of andere manier intrigeert, positief of negatief. En in die brief moest dan ook nog een link gelegd worden naar je eigen schrijverij.
O, die wens van iedereen, om zó te kunnen schrijven dat de lezer de wereld om je heen even vergeet, of sterker nog, dat je zélf de wereld even vergeet als je schrijft... Die wens is zo herkenbaar. Ik ken hem ook, maar weet wat je ervoor moet doen. En moet laten. En hoe moeilijk het is. En hoeveel doorzettingsvermogen je moet kweken. En hoeveel discipline je tentoon zou moeten spreiden om zo'n boek te schrijven. Ik zou dagelijks willen schrijven, móeten schrijven ook, maar zelfs mij lukt het niet om daar aan toe te komen, ook al beweeg ik soms hemel en aarde om toch maar een paar letters op het papier te knallen.

Pas las ik trouwens op een blog de vraag wanneer je jezelf een schrijver mag noemen.
De reacties logen er niet om: iedereen die schrijft denkt dat ie zichzelf een schrijver mag noemen. Je schrijft, dus ben je een schrijver, it's as simple as that vind men. Ik vind dat echter niet. Kijk, ik speel tennis, maar dat maakt mij nog geen tennisser. En ik kook, maar dat maakt mij nog geen kok. Ik verzorg wel eens zieke kinderen, maar dat maakt mij nog geen verzorgende, en ik schilder ook wel eens, maar dat maakt mij nog geen schilder. Ik vind eigenlijk dat je geen recht hebt op het woord schrijver zolang je het voor je hobby beoefent. Als je een hobbyschrijver bent, ben je een schrijverd, maar nog geen schrijver. Welk woord blijft er eigenlijk voor de echte schrijvers over als iedere schrijverd zichzelf zomaar een schrijver noemt...
Ik weet zelfs niet eens of ik mezelf wel een schrijver zou durven noemen. Ik doe het altijd heel voorzichtig, ik zeg, als men mij vraagt wat ik doe, dat ik kinderboeken schrijf. Niet dat ik een schrijver bén. Want een schrijver ben je in mijn ogen pas als je niets anders doet dan dat. Schrijven, schrijven en nog eens schrijven, tot het af is. En dan is er rust, tot het hele zaakje weer opnieuw begint. Again, and again, and again. The sun rises and the sun goes down. And the next morning it will rise again...

maandag 21 september 2009

KRAMPACHTIG AFGEDWONGEN RUST

Nou, daar zit ik dan.
Ik wou rust, dus kréég ik rust.
Nou ja, rust, niet echt helemaal, want er is een fikse buikgriep in het spel.
Men, men, men, wat ben ik aan de race geweest. Drie volle dagen lang zat ik minstens 6 keer per uur op de wc, die godzijdank direct via de slaapkamer te bereiken is.

En nu ben ik al dat ge-lig en gehang op dat bed spuugzat natuurlijk, maar ja, het lijfje is een beetje verzwakt, dat gaat allemaal niet meer doen wat ze daarvóór voor me deed. Dat lijfje heeft scheit aan mij, dat lijfje heeft gezegd: 'tot hier en niet verder, meidje, wat ik je brom. En als jij niet gaat luisteren, dan maak ik het misschien wel lekker chronisch allemaal. Is dat dan wat je wil?'
En dus zei ik: 'Nee, lief lijfje van mij, ik zal luisteren, ik zal vandaag nog op bed blijven, en misschien morgen ook nog wel als dat persé moet.'
Dus daar zit ik nu.
En ik ga braaf doen wat iedereen me inpepert. Ik blijf gewoon nog even liggen hier. En ach, 't is wel gezellig eigenlijk, nu het krampachtige eraf is. Ik kan weer lachen en misschien vanavond een lepeltje rijst eten. Lekker in een kommetje. Met een beetje hete bouillon. Mmmmm.


PS: 6 keer per uur, maal minimaal 12 uur is 72 keer per dag. Dat mag maal 3, dus dat betekent dat ik zo'n 216 keer op de pot heb gezeten in de afgelopen drie dagen. Dat leverde 3 kilo gewichtsverlies op, waardoor ik tot de volgende slogan ben gekomen:

een slimme meid
neemt even de tijd
en scheit zo
haar gewicht kwijt

Qua rijmelarij is dit niks natuurlijk. 't Is een heel slecht rijmpje. Afschuwelijk, belachelijk raar scheitrijmpje. Slaat nergens op, volledig naast de pot gepist. I know, I know. Maar tóch, 't is een rijmpje he.
En al meer dan ik in maanden heb geschreven...

dinsdag 15 september 2009

OP JE KLOMPEN AANVOELEN



Jongste had vandaag mijn klompen aan. Echte strovels benn'n 't, en ze zijn hem veuls te groot. Hij sloft ermee rond alsof 't niks is. Maar die strovels zijn niet niks, dat benn'n de strovels die onze hele rits kinderen al van jongsafaan onder mijn voeten vandaan hebben getroggeld. Hoe vaak het al niet voorgekomen is dat ik met een druipend biobakje in mijn handen 'waar zijn mijn klompen goddoerienogantoe' heb geroepen...
En vandaag slofte jongste er dus mee rond. Oudste past ze inmiddels niet meer, en, zo zat ik te denken, zo zal er ook een tijd komen dat geen van de kinderen ze meer past. Dan zijn die malle klompen helemaal voor mij alleen.

Man!
Wat ben ik opeens blij dat dat nog heel lang duurt!

woensdag 9 september 2009

ZO STILLETJES AAN ER TUSSENUIT..

Ja.
Het klopt.
Het klopt helemaal.
Hier is niet veel meer te lezen de laatste tijd.
Druk, beste mensen,
druk,
en opeens ook een beetje tegenzin.
Iedereen en alles schrijft al tegenwoordig,
hele blogs vol,
over huishouden, kinderen, rouw,
gezin, relaties en (di)eten.
Over op stapel staande boekpresentaties,
over hoe goed ze zijn, of hoe slecht,
of hoe dapper of hoe grappig.
De een schrijft nog gevatter dan de andere,
het is allemaal veel en goed
en zo geweldig dat het op internet kan.
Of het gaat over welk boek er wordt lezen,
over wat er is gedroomd, en hoe lang,
en wanneer, en waarom,
of het gaat over de studie,
of over vakantie,
over twijfels, over God, of andere ingewikkelde dingen.
Of er zijn foto's,
van die en die
of zus en zo,
van de schrijverds zelf met tatoeage,
met vriendin zus,
in situatie zo,
en grappig dit,
en stom dat.

Wat zou ik er nog aan toe te voegen hebben...
Er is al veel te veel.
Heel internet staat vol met blogs,
alle dagboeken liggen open op tafel,
je mag naar binnen kijken bij wie je maar wil.

Ik vind het teveel.
Had ik dat al gezegd?

Ik verlang opeens naar stilte.
Ik verlang terug naar het dagboek,
naar schrijverij enkel en alleen voor jezelf,
stil, in een hoekje,
of met opgetrokken benen in bed
en een kop thee ernaast.
Dat je het alleen maar laat lezen aan je aller-aller-allerbeste vriendin,
als ze belooft er nooit en nooit en nooit met iemand over te praten.
Daar verlang ik naar.
Dat eens even niet iedereen hoeft mee te lezen,
met enkel en alleen een drukje op de knop.

Dat er nog iets te communiceren overblijft.
Of te raden.
Nu is er zoveel van alles.
Dus word ik even stil.
Dat lijkt me een goed idee.
Ik word even stil.
Als ik dat al niet was.

dinsdag 1 september 2009

IEUW...DE HERFST KOMT ERAAN

De zomer is uit de lucht.
Ik ruik het, ik voel het, ik zie het.
En dat vind ik geen klap aan.
Want als de zomer uit de lucht is, komt de herfst er aan.
En Margrietje kan niet zo goed met de herfst.
Ze vindt de herfst te nat, te donker, te dreinerig en te dramatisch.
Dat gegooi met die bladeren, dat gezeik met die regen en dat gedonder met die korte dagen, dat moest gewoon eens een jaartje niet doorgaan verdorie!
Sodemieter toch liever een eind op met je kilte, herfst, ga een ander lopen vervelen, maar niet mij.
Ik heb de zon nog nodig, weet je.
Ik geniet zo enorm van de lange dagen, het buitenleven, de warmte, ik wil er gewoon nog geen afscheid van nemen. Ik zou de dagen uit willen rekken tot lange dunne slierten waar ik me in kan wikkelen, ik zou de zon willen plukken en in mijn zak willen stoppen. Dan zou ik haar ophangen, hoog in een boom, elke dag, op elke tijd, voor iedereen. 'Kom maar,' zou ik roepen, 'kom maar gewoon hierheen, hier gaat de zomer herfst en winter door.'