donderdag 28 januari 2010

niks



Ik weet niks te schrijven.
Echt niet!

dinsdag 26 januari 2010

geen idee




Ik weet het niet.
Ik weet het ook allemaal eigenlijk niet.
Ik heb geen idee hoe je pijn kunt voorkomen
of hoe je het kunt doorstaan.
Ik weet eigenlijk niet wat je kunt doen tegen
dood of liefdesverdriet
Weet ik veel hoe je om moet gaan met kanker
of enge knobbels
geweld, aardbevingen, angsten of pijn.
Ik weet het niet, ik weet het echt niet goed.
Ik doe altijd maar wat.
Soms vergeet ik
per ongeluk of expres,
soms bots ik
en schreeuw ik,
of huilen,
dat doe ik ook wel eens.
En schrijven, want dat helpt me.
Of bellen.
Maar ook: eten
of naar buiten of slapen
of ja,
nou ja,
wat iedereen doet zo'n beetje.
Ik heb geen idee.
Soms heb ik werkelijk geen idee
waar ik in vredesnaam mee bezig ben.

En waarom.
En hoe lang.
En voor wie.

Zoals ik al zei:
soms heb ik werkelijk geen idee.

zondag 24 januari 2010

wit

Alwéér sneeuw hier.
Ik vind het mooi en ben blij met de witte deken.
Al dat groen was ineens zo dof en oud en rommelig.

donderdag 21 januari 2010

zondag 17 januari 2010

In plaats van kroketten

Ik liep in Amersfoort en had zin in eten. Het aller-aller-allerliefst wilde ik twee kroketten eten, maar ik wist me te beheersen en liep braaf bij bakker Bart naar binnen. Een broodje gezond zou het worden. Ik moest lang wachten op mijn beurt, maar dat gaf allemaal niet, want haast had ik niet. Toen ik aan de beurt was zei ik dus dat ik een broodje gezond wilde. Toen was het even stil. De verkoopster bleef me maar aankijken.
'Ja, u moet zeggen wat voor broodje u wilt,' zei ze enigszins geïrriteerd. Ze wees naar de vitrine waar een hele rits broodjes lagen. Driehoekjes zónder granen, driehoekjes mét granen, bruine stokbroodjes, witte stokbroodjes, bagels, puntjes, croissantjes, italiaanse bollen, foccacia, enzovoorts.
'Uhm, doe die maar,' zei ik snel. Ik wees op een wit stukje stokbrood.
'Ham en kaas?' vroeg ze. Ze had een tang waarmee ze boven de bakken beleg zwaaide.
'Hoort dat op een broodje gezond?' vroeg ik.
'Mag u zelf weten.'
'Doe maar dan.'
'Boter?'
'Nee, geen boter.'
Ze mieterde met een sneltreinvaart ham en kaas in mijn aanstaande stokbroodje.
'Sla er op?'
'Graag.'
Flats, een lading sla er bovenop.
'Komkommer, ei, tomaat?'
'Wel ja,' zei ik.
'Alles?'
'Alles.'
In razend tempo flikkerde ze er een ei op, een paar plakken komkommer en drie plakjes tomaat. Het broodje kon niet meer dicht.
'Saus erbij?'
'Hoezo saus erbij,' zei ik, 'hoort er op een broodje gezond een sausje dan?'
De rij achter me zuchtte.
'Nou, saus erbij? We hebben mosterdnogwat, dillezus, yoghurtdat, en dat en dat en dat.' Ze zweefde met haar hand boven de knijpflacons met al dat lekkers.
'Dat mosterdgedoetje,' zei ik snel. Wist ík veel.
Ze draaide een servet om haar creatie, propte het in een zakje en rekende met me af.
God, wat een gezeik om zo'n broodje te laten maken, zeg.
Vervolgens deed ik er minstens 3 minuten over om dat gezonde broodje een beetje uit het zakje te prutsen (want: tas om een schouder, handschoenen aan, nee, toch maar uit, maar waar hou ik die dan mee vast want ik moet dat broodje doen) en toen werd het menens. Reeds met de eerste hap viel er van alles af en uit. Ik zou eigenlijk een bankje moeten zoeken om dat gevaarte enigszins fatsoenlijk naar binnen te werken.
Maar.
Daar had ik geen zin in, want het was koud en ik had simpelweg geen zin om in mijn eentje op een bankje ergens in de stad te gaan zitten eten.
Dus.
Knoeide ik het lopend naar binnen.
Ik nam mijn laatste hap bij de parkeerautomaat, spuugde een paar stukjes servet uit en likte mijn mosterdnogwathanden schoon. Er zat sla op mijn broek, er kleefde ei in mijn vest en de tomaat zal ik onderweg wel ergens zijn kwijtgeraakt, want die heb ik niet eens geproefd.
Goed.
Ik liep naar mijn clio, stak de sleutel in het sleutelgat en plofte werkelijk uitgeput op de stoel.
Mén, wat een onderneming, zo'n broodje gezond.

zaterdag 16 januari 2010

vers van de pers: oma bellenblaas



Hiep, hiep, hoera, weer een nieuw boek!
Titel: oma Bellenblaas.
ISBN 9 789053 003381

Een heerlijk samenleesboek voor jong en oud met prachtige tekeningen van Jan Lieffering.

Korte inhoud:

Jesse mag een paar dagen bij oma logeren. Ze maken samen gezellige uitstapjes. Oma vergeet soms dingen. Meestal vindt Jesse dat niet zo erg, het is wel grappig zelfs. Dan doet oma iets gevaarlijks. Jesse beseft dat er meer aan de hand is dan hij toe wil geven.

Over dementie, logeren en grootouders.

woensdag 13 januari 2010

Snertwind

'Tjee, mam, wat kraken die keukenkastjes toch,' zei zoontje vanmorgen tegen me toen ik een kopje thee inschonk en er een kloddertje honing in mikte.
'Dat zijn de keukenkastjes niet, lieverd, dat ben ik,' zei ik besmuikt.

Mooi woord, besmuikt.
Nooit eerder gebruikt geloof ik.

dinsdag 12 januari 2010

deken

Ik vind de sneeuw nog steeds geweldig, hoor. Ik hou er wel van dat de boel een beetje ontregeld is en bovendien vind ik de wereld prachtig om te zien. Ben dol op witte, krakende dekens, zowel buiten als op mijn bed, maar dan moet die op mijn bed wel van dons zijn.

lang en smal stuk

Net,
op mijn fiets,
dwars door de witte nacht,
had ik hele verhalen over wat ik
allemaal op mijn blog kon gooien,
maar nu,
zittende achter de computer,
met veel te veel wijn in mijn mik,
lukt het allemaal niet meer zo best.
Ik wilde het hebben over de sneeuw,
dat ik dat zo mooi vind,
en dat we een iglo aan het maken zijn
die never nooit niet meer af raakt,
en dat er alwéér een laagje sneeuw op de weg
en op mijn fietszadel zat
maar dat dekt natuurlijk niet de lading
voor wat ik allemaal écht denk en meemaak.
Maar
daar gebruik ik internet eigenlijk ook niet voor.
Ik schrijf alleen maar dingen
die een beetje algemeen zijn
want ik ga natuurlijk niet
mijn hele ziel en zaligheid op het net kwakken.
Ik kijk wel uit.
Alles is na te googlen.
als ik op mijn eigen naam google bijvoorbeeld
krijg je al veel te veel naar mijn zin te zien.
Nee,
ik hou het gewoon bij het algemene.
En dit berichtje
schrijf ik een beetje voor C
die mijn vorige logje al tig keer heeft gelezen.
En da's niet leuk,
alsmaar hetzelfde lezen.
Sowwie Cee,
maar soms zit het mee
en soms zit het tegen,
zijn er zoveel dingen om over na te denken
en te beleven
dat schrijven er gewoon even niet inzit.
Wat overigens bijzonder jammer is
want ik schrijf zo graag.
Ben nu weer met iets nieuws bezig.
Voelt leuk,
maar wel verwarrend
want het is totaal verzonnen
en ik weet niet eens
of het wel voor kinderen is.
Bovendien lopen er een aantal verhalen door elkaar.
Is voor míj al verwarrend,
laat staan voor de lezer.
En dit bevalt jullie hoogstwaarschijnlijk ook niet,
al die korte zinnen zo onder elkaar.
Mij eigenlijk ook niet.
Ik haak af,
ga slapen,
is de hoogste tijd.
Twee uur elf.
En het is nog maar maandag potdorie.

dinsdag 5 januari 2010

lezersleven





Het gaat er uiteindelijk om dat je je leven leeft, niet dat je het leest.

Vlagzak



Een vlagzak aan een paal (zo een waarmee je kunt zien waar de wind vandaan komt) is net de slurf van een miereneter.

maandag 4 januari 2010

Hij iets, dan ik ook iets.


Mannen hebben 's ochtends een odol die uitvoerig bewonderd moet worden, zo van, ach, wat is ie fier en lief en grappig en wat doet ie het nog goed en zo, maar vrouwen hebben daarentegen niets, behalve misschien een ochtendhumeur en een gekreukt gezicht. Tenminste, zo werkt het bij mij. Ik heb niet echt iets leuks 's morgens vroeg. Ook niet iets aparts, of schattigs, of groots of iets dat anders is dan anders.
Bij mij is eigenlijk altijd alles hetzelfde. Lichamelijk gezien dan he. Geestelijk niet, neehee, geestelijk zéker niet. Nee, elke ochtend is er iets anders dan anders gaande in mijn hoofd. Tenminste, dat vermoed ik.
Welnu, om dat vermoeden een beetje te onderzoeken, om te kijken of ik geen poep praat, ben ik per 1 januari met een klein projectje begonnen. Een experimentje zogezegd.
Het ziet er als volgt uit: naast mijn bed ligt een klein, dun moleskine-schriftje met een pen. Daarin ga ik een heel jaar lang mijn eerste ochtendgedachte opschrijven. En er af en toe iets bij tekenen. Dus wat ik het allereerste denk als ik wakker word. Zodat we voortaan samen iets te bewonderen hebben. Hij een odol, ik een beog. Een bewuste eerste ochtend gedachte.

Het is trouwens best heel lastig om zo'n eerste gedachte te herkennen. Tot nu toe kom ik niet verder dan: "kut, ik weet niet meer wat ik als eerste dacht. Dit denk ik als tweedst."