woensdag 28 januari 2009

HET WEER EN DE MENS

De poes loopt naar binnen, naar buiten, naar binnen, naar buiten. Ik vind dat ie zeurt, maar wat ie er zelf van denkt weet ik niet.
Hij zit op tafel voor de ramen en kijkt me aan. Op zich nog knap dat ie me aan kán kijken, want de ramen zijn bijzonder vies. Zoontje heeft de opgespoten dennenbomen met zijn kleffe kinderhandjes van het raam geveegd en daarna heb ik er niets meer aan gedaan. Er hangen trouwens ook nog engeltjes voor het raam, engeltjes met gestreepte armen en benen. Nou kan zo'n engel weinig kwaad dunkt me, maar toch moeten ze weg, evenals de kaarten in de hal. Natuurlijk omdat ze restantjes van de kerst zijn, maar ook omdat ik afgelopen maandag een snippertje lente heb geroken. Zo'n weldadig vleugje was het, zo'n heerlijke verheuging op het jippie-straks-wordt-het-weer-lente-gevoel.
Overigens moest ik vanmorgen de ruiten van de auto weer krabben en hoopte ik ineens hartstochtelijk op nog een paar dagen schaatsen. Waarmee ik maar wil zeggen dat er niets zo veranderlijk als het weer is. En de mens!

Geen opmerkingen: